Australische modeontwerper verslaat wereldster Katy Perry na 16 jaar juridische strijd
Sydney, woensdag, 11 maart 2026.
Katie Perry uit Sydney wint definitief haar merkenrechtenzaak tegen popicoon Katy Perry. Het Australische hooggerechtshof oordeelde dat de zangeres en haar team ‘volhardende inbreukmakers’ waren. De ontwerper had al in 2007 haar naam geregistreerd, drie jaar voor de zangeres wereldberoemd werd. Katy Perry verkocht ondertussen bewust merchandise in Australië, wetende van het bestaande handelsmerk. Emails tonen dat Perry haar rivale ‘domme trut’ noemde. De uitspraak beschermt kleine bedrijven tegen grote internationale merken.
Een David tegen Goliath verhaal met een verrassing
Het verhaal begon onschuldig genoeg in 2007. Katie Perry - eigenlijk Katie Taylor - registreerde haar naam als handelsmerk voor kledingverkoop, nog voordat ze überhaupt wist dat er een zangeres Katy Perry bestond [1][3]. Drie jaar later werd de Amerikaanse popster wereldberoemd en begon ze merchandise te verkopen in Australië, wetende van het bestaande trademark [3][4]. De juridische soap startte in mei 2009 toen Perry probeerde de registratie van Taylor’s merk tegen te houden [3][4]. Maar de ontwerper was haar voor: in juli 2009 werd ‘Katie Perry’ officieel in het Australische merkenregister opgenomen [2]. De popster kreeg pas in november 2011 haar eigen trademark, maar dan wel exclusief voor muziek en entertainment - niet voor kleding [2][6].
Emails onthullen Katy Perry’s ware gezicht
De zaak nam een pikante wending toen emails van Perry uit 2009 boven water kwamen [5]. De zangeres noemde haar rivale een ‘domme trut’ en schreef: ‘Ik zou me hier niet eens mee hebben bemoeid als MTV deze onzin niet had opgepakt’ [5]. Manager Steven Jensen beweerde publiekelijk dat ze Taylor ‘nooit hadden geprobeerd te stoppen’, maar de emails bewijzen het tegendeel [5]. Perry verkocht bewust ‘Katy Perry’ merchandise tijdens haar Australische tour in augustus 2009, terwijl ze allang wist van Taylor’s geregistreerde trademark [4][5]. Rechter Simon Steward noemde Perry en haar team ‘volhardende inbreukmakers’ [3][6]. De hypocrisie is compleet: terwijl Perry’s woordvoerder volhoudt dat ze ‘nooit heeft geprobeerd het Australische bedrijf te sluiten’, toont de rechtszaak iets heel anders [1][2].
Kleine ondernemer wint van wereldster
Na 17 jaar juridisch getouwtrek heeft het Australische hooggerechtshof gisteren definitief geoordeeld [3][4]. Het hof besliste met 3 tegen 2 stemmen dat er ‘geen risico op verwarring’ bestaat tussen beide merken [1][2][6]. Taylor won aanvankelijk in 2019, verloor in hoger beroep in 2024, maar triomfeert nu alsnog [1][4]. ‘Deze zaak ging nooit alleen om een naam’, zegt de ontwerper. ‘Het ging om kleine bedrijven in Australië beschermen en laten zien dat we er allemaal toe doen’ [1][5]. De uitspraak beschermt lokale ondernemers tegen internationale merkenreuzen die achteraf claimen dat hun wereldwijde bekendheid voorrang heeft. Voor kleine bedrijfsvoerders betekent dit: registreer je merk vroeg en laat je niet intimideren door grote namen. Zelfs wereldsterren kunnen niet zomaar andermans geregistreerde rechten opeisen.