Minister Aartsen verdedigt morgen internationaal verdrag dat werknemers beschermt tegen pesterijen en geweld
Den Haag, maandag, 6 april 2026.
Op dinsdag 31 maart debatteert de Tweede Kamer over een baanbrekend internationaal verdrag dat werknemers moet beschermen tegen geweld en intimidatie. Het verdrag uit 2019 maakt onderscheid tussen fysieke, psychische, seksuele en economische schade. Nederland kan het verdrag alleen invoeren voor Europees Nederland - Bonaire, Sint Eustatius en Saba moeten nog wachten.
Debat over brede bescherming tegen pesterijen
Minister Thierry Aartsen voor Werk en Participatie komt dinsdag om 19.15 uur naar de Kamer om het verdrag toe te lichten [1]. Het verdrag, aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie in 2019 in Genève, hanteert een brede definitie van geweld en intimidatie [1]. Denk aan een collega die je constant belachelijk maakt, een baas die je salaris inhoudt als straf, of seksuele intimidatie op de werkvloer [1]. Het verdrag pakt dit aan via drie sporen: gelijkebehandelingswetgeving, arbeidswetgeving en strafrecht [1]. De focus ligt op bescherming en preventie, handhaving en rechtsmiddelen, plus advies, training en bewustwording [1].
Nederland al klaar, Caribisch deel moet wachten
De huidige Nederlandse wet- en regelgeving voldoet al aan de eisen van het verdrag voor Europees Nederland [1]. Voor werknemers in Bonaire, Sint Eustatius en Saba geldt dit nog niet [1]. Zij moeten wachten tot de invoering daar later plaatsvindt [1]. Aruba, Curaçao en Sint Maarten beslissen in de toekomst zelf of zij het verdrag willen invoeren wanneer het voor Caribisch Nederland wordt goedgekeurd [1]. Het debat is live te volgen via Debat Direct en later terug te kijken [1].
Wat dit betekent voor jou als werknemer
Als het verdrag wordt goedgekeurd, krijgen werknemers in Nederland sterkere juridische bescherming tegen alle vormen van intimidatie en geweld op het werk [GPT]. Dit geldt niet alleen voor fysiek geweld, maar ook voor psychische druk, seksuele intimidatie en economische sancties door werkgevers [1]. Voor miljoenen Nederlandse werknemers betekent dit concreet dat zij beter beschermd zijn tegen machtsmisbruik en pesterijen [GPT]. Het verdrag verplicht werkgevers ook tot preventieve maatregelen en training [1].