Werkgever moet voortaan bewijzen dat hij eerlijk betaalt
Den Haag, woensdag, 3 juni 2026.
Niet de arbeidsmigrant, maar de werkgever bewijst straks dat het loon klopt. Minister Vijlbrief draait de bewijslast om.
Den Haag grijpt in: bewijslast verschuift naar werkgever
Den Haag, 2 juni 2026. Minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stuurde gisteren een brief naar de Tweede Kamer met een opvallend wetsvoorstel [1][2]. De kern: als een werkgever zijn administratie niet op orde heeft, gaat de wet er voortaan vanuit dat een werknemer gedurende zes maanden, 36 uur per week, tegen het minimumloon heeft gewerkt [3][5]. De werkgever moet dan bewijzen dat dit níét zo is. Doet hij dat niet, dan is nabetalen verplicht [2]. Dat kan oplopen tot zo’n 14.000 euro per werknemer [4]. Stel je voor: je werkt maanden in een kas in het Westland, je loonstrookje klopt niet, en jij moet maar zien te bewijzen wat er mis is gegaan. Dat is nu de realiteit voor veel arbeidsmigranten. Vijlbrief wil daar een einde aan maken.
Jaren van misstanden, één wettelijk instrument
Dit wetsvoorstel is geen idee van gisteren, letterlijk niet. De Commissie-Roemer adviseerde al in juni 2020 om precies deze stap te zetten [4][5]. Zes jaar later wordt het eindelijk serieus uitgewerkt. De Nederlandse Arbeidsinspectie deelt momenteel jaarlijks een paar honderd boetes uit aan bedrijven met een rommelige administratie [4]. Maar een boete opleggen is iets anders dan zorgen dat de werknemer zijn geld krijgt. Zonder bewijs van onderbetaling kon de inspectie het achterstallig loon niet opeisen [1][2]. Dat verandert nu. De inspectie mag straks zelf een fictieve onderbetaling berekenen en de werkgever dwingen tot nabetaling [2][7]. Ook voor de rechter draait de bewijslast om: niet de arbeidsmigrant met een stapeltje ontbrekende loonstroken, maar de werkgever moet aantonen dat alles klopte [2][8]. Nederland telt naar schatting 700.000 arbeidsmigranten en 140.000 meegereisde gezinsleden [4]. Voor die groep maakt dit wetsvoorstel een concreet verschil.
Wat nu, en wat nog moet komen
Het wetsvoorstel is er nog niet. Vijlbrief gaat de komende maanden, vanaf juni 2026, de maatregel verder uitwerken [1][2][5]. Daarna toetst de Arbeidsinspectie de uitvoerbaarheid, waarna het voorstel naar de Raad van State gaat [5]. Intussen blijft een ander heikel punt liggen: werkgevers mogen nu nog maximaal 25 procent van het salaris van arbeidsmigranten inhouden voor huisvesting [1]. Een eerder plan om die regel te schrappen sneuvelde door een ministerswissel, toen Mariëlle Paul (VVD) de opgestapte Eddy van Heijum (NSC) opvolgde [1]. Dat dossier is voorlopig gesloten. Wel komen er vanaf 2027 strengere regels voor de circa 20.000 uitzendbureaus die buitenlands personeel naar Nederland halen [4]. En er ligt nog een besluit te wachten over een mogelijk verbod op uitzendkrachten in bepaalde sectoren [4]. De boodschap van Vijlbrief is helder: “Een werkgever moet altijd zorgen voor een eerlijk loon en veilig werk. Iedereen in Nederland heeft daar recht op, waar je ook vandaan komt” [2][5][7].
Bronnen
- www.trouw.nl
- www.rijksoverheid.nl
- fd.nl
- www.ad.nl
- www.flexnieuws.nl
- www.accountant.nl
- www.nieuweoogst.nl