Jongerenpartijen vrezen dat minderheidskabinet hun problemen niet kan oplossen
Nederland, zaterdag, 24 januari 2026.
De jongerenorganisaties van D66, VVD en CDA maken zich ernstige zorgen over de effectiviteit van het aankomende minderheidskabinet. Met een tekort van tien zetels in de Tweede Kamer en zestien in de Eerste Kamer vrezen ze dat cruciale jongerenproblemen onopgelost blijven. De mentale gezondheid van jongeren was zelden zo slecht, het vertrouwen in de politiek is laag en jongeren vinden geen betaalbare woning. De voorzitters van JOVD, Jonge Democraten en CDJA bespraken hun zorgen afgelopen woensdag. Ze vragen zich af welke oppositiepartijen bereid zijn bezuinigingen te steunen en hoe het kabinet voldoende steun kan krijgen. Volgens hen werkt een minderheidskabinet alleen als oppositiepartijen het algemeen belang voorop zetten, maar daar hebben ze weinig vertrouwen in.
Concrete zorgen over woningcrisis en mentale gezondheid
De drie jongerenvoorzitters legden woensdag 22 januari 2026 hun vinger op de zere plek [1]. “De positie van jongeren staat erg onder druk. De mentale gezondheid was zelden zo slecht, het vertrouwen in de politiek is laag, jongeren kunnen geen huis vinden, ze voelen grote prestatiedruk in het onderwijs,” zegt Rachelle Smook van de Jonge Democraten [1]. Friso van Gruijthuijsen van de JOVD wil drastische maatregelen: de huurtoeslag schrappen, verhuurregels versoepelen en de hypotheekrenteaftrek afschaffen [1]. Die laatste maatregel zou de ongelijkheid tussen woningbezitters en starters verkleinen [1]. Voor studenten wordt het steeds moeilijker om een kamer te vinden, waardoor velen gedwongen zijn terug naar hun ouders te verhuizen [1].
Politieke realiteit: oppositie moet meewerken
Het minderheidskabinet van D66, VVD en CDA staat voor een lastige opgave [1]. “Dit werkt alleen als oppositiepartijen het algemeen belang voorop durven zetten. Daar heb ik, gelet op de afgelopen twee jaar, eerlijk gezegd minder vertrouwen in,” waarschuwt Joanne Sloof van het CDJA [1]. De formatie wordt volgens haar “een beetje gegijzeld door partijen die anderen uitsluiten” [1]. Een lichtpuntje kwam vrijdag 23 januari 2026 toen Jesse Klaver van GroenLinks-PvdA zijn hand uitstak naar de coalitie [2]. Hij wil helpen, maar eist dat de plannen “socialer en groener” worden [2]. Van Gruijthuijsen van de JOVD ziet Rob Jetten alvast als “onze nieuwe premier” [1].
Scandinavisch model als inspiratie
De jongerenpartijen stuurden half december 2025 al een gezamenlijke brief naar de informateur waarin ze aandrongen op toekomstgericht beleid [1]. Hun timing was goed: uit onderzoek van de Raad voor het Openbaar Bestuur uit 2016 blijkt dat minderheidsregeringen niet per se instabieler zijn dan meerderheidsregeringen [3]. Scandinavische landen tonen aan dat het kan werken [3]. In Denemarken hebben oppositiepartijen veel meer invloed op regeringsbeleid en worden moties van wantrouwen minder snel gebruikt [3]. De vraag blijft of Nederlandse partijen bereid zijn tot die samenwerking. “Het minderheidskabinet vraagt straks van oppositiepartijen het landsbelang voorop zetten. Dat wordt ongelofelijk lastig,” vreest Van Gruijthuijsen [1].