Een zakdoekjesdoosje bewaarde zestig jaar lang het geheim van Auschwitz

Een zakdoekjesdoosje bewaarde zestig jaar lang het geheim van Auschwitz

2026-01-28 binnenland

Gooi, woensdag, 28 januari 2026.
Na Nettie Coppens’ dood in 1999 vonden haar kinderen twee getuigenverslagen verstopt in een zakdoekjesdoosje. De brieven beschreven precies hoe haar ouders Alexander en Sophie stierven in Auschwitz. Sophie gaf haar jas weg aan een medegevangene en overleed dagen later. Nettie en haar broer overleefden door onder te duiken bij de familie Reeskamp in Naarden. Dit verhaal stond centraal tijdens de Holocaustherdenking in Gooise Meren op 25 januari 2026, waar burgemeester Han ter Heegde waarschuwde: ‘We moeten waken tegen haat en ontmenselijking.’

Verzetsheldin redde Joodse kinderen in Naarden

Sjoukje Reeskamp nam een besluit dat levens redde toen Nettie bij haar aanklopte [1]. ‘Broer en zus horen bij elkaar’, zei ze simpel toen ze besloot het meisje te laten blijven bij haar broertje [1][2]. Haar man Gerrit zat in het verzet en kreeg daarvoor erkenning van Dwight Eisenhower [1][2]. Maar na de oorlog werd hij veroordeeld nadat leden van zijn knokploeg met zijn pistool een zwarthandelaar hadden gedood [2]. Hij stierf verbitterd in 1970 [2]. Sjoukje kreeg de Israëlische onderscheiding ‘Rechtvaardige onder de Volkeren’ [1][2]. In Bussum werd recent een brug naar de familie vernoemd [2].

Waarschuwing tegen haat op het schoolplein

Tijdens de Holocaustherdenking van 25 januari 2026 legden burgemeester Han ter Heegde en kinderburgemeester Gijs bloemen bij een plaquette ter herinnering aan de Joodse inwoners van Bussum, Naarden, Muiden en Muiderberg [2]. Ruim 600 Joodse inwoners van de gemeente werden tijdens de Tweede Wereldoorlog weggevoerd en vermoord [2]. Ter Heegde waarschuwde voor toegenomen spanningen: ‘Het begint op het schoolplein: niet pesten, niet uitsluiten’ [1][2]. Richard Mouw, voorzitter van het Holocaustcomité, voegde eraan toe: ‘Geschiedenis herhaalt zich niet, maar rijmt wel’ [1][2]. Een overlevende die Sophie kende, beschreef haar zo: ‘Als ik in de put zat, fleurde zij mij op’ [1][2].

Emotionele erfenis van oorlogstrauma

De brieven tonen hoe oorlogstrauma doorwerkt in families [1]. Nettie durfde zestig jaar lang niet te vertellen wat er precies gebeurd was [1]. Haar kleinzoon Sicco vertelde tijdens de herdenking: ‘Mijn grootvader is verbitterd gestorven in 1970’ [2]. Sophie’s laatste daad in Auschwitz was typerend voor haar karakter. Ze zei tegen een medegevangene over haar jas: ‘Die is dikker dan die van jou. En ik heb hem niet meer nodig’ [1]. Enkele dagen later overleed ze in de ziekenbarak [1][2]. Alexander was al eerder in dezelfde ziekenbarak gestorven [1]. Deze verhalen laten zien hoe gewone mensen buitengewone moed toonden, zowel in het kamp als in het verzet.

Bronnen


Holocaust Auschwitz