AOW-leeftijd blijft in 2029 staan door dalende levensverwachting
Nederland, vrijdag, 13 februari 2026.
Voor het eerst in jaren stijgt de AOW-leeftijd niet mee. Door een iets lagere levensverwachting blijft de pensioenleeftijd in 2029 op 67 jaar staan. Dit zorgt voor miljardenbesparingen die het aanstaande kabinet-Jetten anders had willen realiseren door versnelde verhogingen. Economen twijfelen nu aan de onderliggende kostenberekeningen van de AOW. Het mechanisme dat de pensioenleeftijd koppelt aan de levensverwachting werkt eindelijk eens in het voordeel van werkenden. Terwijl de kosten van vergrijzing blijven stijgen van 4,7 naar 5,7 procent van het bbp, biedt deze ontwikkeling ademruimte. De discussie over AOW-hervorming laait op: moeten we overstappen naar een beleggingsstelsel of de uitkeringen koppelen aan cao-lonen? Deze pauze in de leeftijdsstijging geeft politici tijd om fundamentele keuzes te maken over de toekomst van ons pensioenstelsel.
Versnelde verhogingen van tafel door levensverwachtingsdip
Het aanstaande kabinet-Jetten had grote plannen met de AOW-leeftijd. D66, VVD en CDA wilden de pensioenleeftijd vanaf 2033 sneller laten meestijgen met de levensverwachting [1]. De gedachte was simpel: als mensen langer leven, moeten ze ook langer werken. Maar de natuur gooit nu roet in het eten. De AOW-leeftijd blijft in 2029 gelijk door een lagere levensverwachting [1]. Voor werkenden die al vreesden voor een pensioenleeftijd van 68 jaar in 2030 [1], komt dit als een onverwachte meevaller. Het automatische koppelingsmechanisme werkt nu eindelijk eens in hun voordeel. Geen versnelde verhogingen, geen extra jaren doorwerken. De AOW-leeftijd houdt even pas op de plaats.
Miljardengat blijft bestaan ondanks pauze
De AOW-kosten blijven echter torenhoog. Topambtenaren van de Studiegroep Begrotingsruimte waarschuwen dat de uitgaven stijgen van 4,7 procent van het bbp in 2025 naar 5,7 procent in 2040 [2]. Dat klinkt als een klein verschil, maar het gaat om miljarden euro’s [2]. Econoom Paul de Beer stelt echter vraagtekens bij deze berekeningen [2]. Hij wijst erop dat het kabinet uitgaat van merkwaardige aannames over de kosten [2]. Als de AOW-uitkering gekoppeld blijft aan cao-lonen in plaats van automatisch mee te stijgen, scheelt dat miljarden die niet bezuinigd hoeven te worden [2]. De discussie over de werkelijke kosten van vergrijzing is nog lang niet klaar.
Fundamentele keuze over toekomst pensioenstelsel
Deze pauze in de leeftijdsstijging opent een cruciale discussie over de toekomst van ons pensioenstelsel. Critici pleiten voor een radicale omslag: van het huidige systeem waarbij werkenden betalen voor huidige gepensioneerden, naar een beleggingsstelsel [3]. Dan werk je voor je eigen AOW later, niet voor die van anderen nu [3]. Het zou de problemen van vergrijzing oplossen, maar betekent wel een zure appel voor mensen die binnenkort met pensioen gaan [3]. Zij hebben hun hele leven inbetaald in het huidige systeem. De AOW-premies dekken nu slechts 45 procent van de uitkeringen, de rest komt uit andere belastingen [3]. Tegen 2029 stijgen de kosten naar 68 miljard euro, waarvan 65 procent uit algemene middelen moet komen [3]. Deze tijdelijke rustpauze geeft politici de kans om fundamentele keuzes te maken voordat het te laat is.