Thomas Erdbrink vecht terug: 'kritiek op mijn Rusland-serie komt neer op censuur van de ander'
Nederland, dinsdag, 12 mei 2026.
NRC-correspondent Thomas Erdbrink verdedigde zich vandaag tijdens de Persvrijheidslezing tegen felle kritiek op zijn omstreden Videoland-serie over Rusland. Vijftien journalisten beschuldigden hem van het verspreiden van Kremlin-propaganda en samenwerking met spionnen. Erdbrink sloeg hard terug: de kritiek komt volgens hem neer op ‘de stem van de ander mag niet worden gehoord’. Hij weerlegde de beschuldigingen punt voor punt en vergeleek de ophef met de polarisatie tijdens corona. Na zijn toespraak verscheen hij bij Nieuwsuur en NPO Radio 1 om zijn standpunt toe te lichten.
Harde aanval op Rusland-serie wordt weggewuifd
De controverse draait om Erdbrinks Videoland-serie ‘Onze man bij de vijand’, waarin hij een jaar door Rusland reisde om met burgers te praten over de oorlog in Oekraïne [1]. Een groep van circa vijftien journalisten en schrijvers, onder wie Iris de Graaf en Pjotr Sauer, stuurde een brandbrief waarin ze hem beschuldigen van het onverwerkt laten van Kremlin-narratieven, samenwerking met personen verbonden aan de Russische staatsomroep RT en hulp van Maria Boetina - die in de VS is veroordeeld voor spionage [2]. Ook werden vertalingen en de rol van tolken aangehaald als mogelijke bronnen van manipulatie [2]. Erdbrink weerlegde deze aantijgingen tijdens zijn lezing in de Bibliotheek aan het Spui in Den Haag punt voor punt [2]. Hij benadrukte dat materiaal op RT werd uitgezonden voordat die zender in 2022 in Europa werd verboden, dat een interview niet hetzelfde is als ‘helpen’, en dat de vertalingen werden gecontroleerd door een team in Nederland [2].
Polarisatie vergeleken met coronatijd
Erdbrink plaatste de verontwaardiging in het bredere kader van maatschappelijke polarisatie - vergelijkbaar met de verdeelde discussies tijdens de coronaperiode [2]. Hij stelde dat het feit dat journalisten ter plaatse gingen soms al genoeg is om verslaggeving als propaganda weg te zetten, zonder dat men de inhoud bekijkt [2]. De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) benadrukte dat de recente Rusland-serie niet de hoofdreden was voor zijn uitnodiging als hoofdspreker [1]. De keuze voor Erdbrink was volgens de NVJ niet ingegeven door zijn recente serie over Rusland, maar door zijn langjarige journalistieke staat van dienst onder moeilijke werkomstandigheden [1]. De lezing ging over de vraag of correspondenten nog onafhankelijk kunnen werken in landen waar persvrijheid krimpt [2][3].
Mediablitz na controversiële lezing
Na de Persvrijheidslezing, die werd georganiseerd door de Nederlandse Vereniging voor Journalisten, schoof Erdbrink aan in de studio van Nieuwsuur om te reageren op de kritiek [1]. Tussen 23.00 uur en 00.00 uur was de journalist te horen op NPO Radio 1, in Met het Oog op Morgen [1]. De zaak illustreert volgens waarnemers de spankracht tussen toegang tot controversiële plekken en de noodzaak van kritische afstand: reizen en praten met ‘de ander’ kan verslaggevers zowel unieke inzichten als zware verwijten opleveren [2]. Ruth Kronenburg, directeur Free Press Unlimited, opende de bijeenkomst met een toelichting op de huidige staat van de persvrijheid wereldwijd [3][4]. Na Erdbrinks lezing volgde een panelgesprek met journalisten die vanuit ballingschap werken, onder leiding van vice-voorzitter NVJ Rowan Blijd [3][4].