Cao-werknemers pakken eindelijk meer dan hun baas
Nederland, maandag, 30 maart 2026.
Nederlandse lonen stijgen in 2026 het hardst in jaren, maar de grote verrassing zit hem in wie er het meest van profiteert. Werknemers met een cao zien hun salaris met 3,78 procent stijgen, terwijl hun collega’s zonder cao het met 2,6 procent moeten doen. Dit markeert een historische ommekeer: sinds 2018 maken cao-lonen een inhaalslag na jaren van achterstand. Het gemiddelde cao-salaris ligt nog wel lager op 3.512 euro, maar de kloof met de 4.000 euro van niet-cao werknemers wordt steeds kleiner. De sterkste stijgers? Internationale chauffeurs met een spectaculaire sprong van 13,4 procent.
Mkb-lonen groeien harder dan minimumloon
De cijfers van Van Spaendonck tonen een opmerkelijke trend: het mediane salaris in het midden- en kleinbedrijf steeg naar 3.612 euro per maand, een stijging van 3,2 procent ten opzichte van eind 2025 [1][2]. Deze groei overtreft het minimumloon dat ‘slechts’ met 2,6 procent steeg tot 2.569 euro [1][2]. Voor een gemiddelde mkb-werknemer betekent dit een extra 115.584 euro per maand - geld dat direct doorwerkt in de koopkracht. Deze context sluit aan bij eerdere berichtgeving waarin econoom Paul Schenderling waarschuwde dat Nederlandse lonen eigenlijk 10 procent hoger zouden moeten zijn om de productiviteitsgroei bij te houden.
Vrouwen halen in, maar mannen verdienen nog altijd meer
De loonkloof tussen mannen en vrouwen krimpt verder. Vrouwen verdienen nu gemiddeld 3.416 euro, tegen 3.771 euro voor mannen - een verschil van 9,4 procent [1][2]. Vorig jaar was dit nog 10,4 procent [2]. Na correctie voor werktijd blijft er nog 1,2 procent van de loonkloof onverklaarbaar over, waar dit in 2025 nog 1,8 procent was [1][2]. Vrouwen tussen 30 en 50 jaar werken gemiddeld 28,2 uur per week, mannen 37,7 uur [2]. Deze cijfers zijn gebaseerd op onderzoek naar meer dan 1,2 miljoen geanonimiseerde loonstroken per maand van 145.000 Nederlandse bedrijven [2].
Topsectoren en regio’s laten sterke groei zien
Sommige beroepen kenden spectaculaire stijgingen: internationale chauffeurs zagen hun salaris met 13,4 procent groeien, gevolgd door fiscalisten met 12,6 procent en productontwikkelaars met 11,3 procent [1]. Ook sectoren zoals open teelten (16,1 procent), bioscopen (14,9 procent) en uitgeverijen (13,3 procent) lieten sterke groei zien [2]. Regionaal gezien heeft Utrecht het hoogste mediane salaris met 3.848 euro, terwijl Groningen en Zeeland het laagste hebben [2]. Friesland kende de hardste loongroei met 3,9 procent, Flevoland de minste met 2,3 procent [2]. Deze ontwikkelingen tonen dat de Nederlandse arbeidsmarkt eindelijk begint te profiteren van de aantrekkende economie na jaren van stagnatie.