Voetballegende Jan Boskamp vocht zes maanden tegen de dood en verloor 40 kilo
Nederland, woensdag, 4 februari 2026.
De 77-jarige analist lag vijf weken in het ziekenhuis met spierreuma en kon niet eens een lepel vasthouden. Hij viel 40 kilo af en beschrijft zichzelf als ‘een dood vogeltje’. Nu loopt hij voorzichtig met een rollator en hoopt op 15 februari weer in De Kuip te zitten. Zijn vrouw Lydia zorgde elke dag voor hem tijdens het herstel.
Van superfit naar dood vogeltje
Boskamp kampte sinds afgelopen zomer met aanhoudende vermoeidheid en spier- en gewrichtspijn [1]. Eind december werd spierreuma vastgesteld bij de Feyenoord-icoon, naast een prostaatprobleem [1]. “Ik heb me zeseneenhalve maand verstopt, want ik ben enorm ziek geweest. Ik kon niet eens meer lopen”, vertelt Boskamp openhartig [2]. De situatie werd zo ernstig dat hij niet eens de kracht had om een lepel vast te houden of een kleine wandeling te maken [1]. “Een maand geleden lag ik nog op apegapen. Ik was net een dood vogeltje”, beschrijft hij zijn toestand begin januari [1][2].
Vijf weken vechten in het ziekenhuis
Boskamp is drie keer geopereerd en lag in totaal vijf weken en één dag in het ziekenhuis [2]. Hij gebruikt nu ontstekingsremmers en zware medicatie [2]. “Nu heb ik een rollator om op te steunen tijdens het wandelen. Het ziet er niet uit, maar het is beter dan een rolstoel”, zegt hij pragmatisch [1]. Op zondag 1 februari 2026 liep Boskamp voor het eerst zonder rollator 50 meter naar buiten - een mijlpaal in zijn herstel [2]. Op dinsdagochtend 3 februari kreeg hij pillen waardoor hij zijn hand weer kan bewegen [2]. De volledige hersteltijd wordt geschat op circa twee jaar [2].
Terug naar De Kuip op 15 februari
Boskamp hoopt op 15 februari 2026 weer op de tribune te zitten bij de wedstrijd van Feyenoord tegen Go Ahead [2]. “Je hebt geen idee hoe erg ik daarnaar uitkijk. Het gevoel om daar op mijn plekkie te zitten en weer onder de mensen te komen. Dat mis ik ongelofelijk erg”, vertelt hij vol emotie [1]. De steun van zijn omgeving was cruciaal. “Grote klasse hoe zij elke dag voor me zorgen”, zegt hij over zijn vrouw Lydia en kinderen [1]. Ook de zorgverleners krijgen lof: “Ook de dokters en de verpleegkundigen in het ziekenhuis waren fenomenaal. Ik moest me maar omdraaien of ze stonden klaar om me te helpen” [1]. Het gaat met pieken en dalen, maar een stuk beter dan een maand geleden [2].