Europese staalfabrieken krijgen bescherming die miljarden kost aan autobouwers en andere industrieën
Brussel, dinsdag, 6 januari 2026.
De EU wil staalfabrieken beschermen tegen goedkope import door invoerquota te halveren en tarieven te verdubbelen naar 50%. Maar autobouwers, fabrikanten van huishoudelijke apparaten en andere staalverwerkende industrieën waarschuwen dat dit hen tussen de 5 en 9 miljard euro per jaar extra gaat kosten. Waar de Europese Commissie rekent op 3,25% prijsstijging, vrezen staalgebruikers stijgingen tot 30%. Nederlandse industrieën die afhankelijk zijn van staal als grondstof worden direct geraakt door deze maatregel die vandaag door lobbyclubs werd bekritiseerd.
Lobbygroepen slaan alarm over ‘verwoestende’ prijsstijgingen
Op dinsdag 6 januari 2026 trokken tien Europese brancheverenigingen aan de bel [1][2]. De European Steel Using Industries, die autofabrikanten, producenten van huishoudelijke apparaten en landbouwmachines vertegenwoordigt, noemt de voorgestelde maatregelen ‘te ver gaan in het afschermen van de Europese markt’ [1]. De lobbyclubs waarschuwen dat Europese fabrikanten jaarlijks tussen de 5 en 9 miljard euro extra tariefkosten moeten betalen als de import op het niveau van 2024 blijft [1][2][8]. Dat betekent concreet: uw nieuwe auto wordt duurder, net als uw wasmachine of koelkast. De Europese Commissie schat veel bescheidener in dat staalprijzen gemiddeld met 3,25% stijgen [1][2], maar staalafnemers verwachten prijsstijgingen tot 30% in sommige staalcategorieën [1][2].
Nieuwe regels maken gespecialiseerd staal moeilijk verkrijgbaar
De voorgestelde maatregelen halveren het totale importquotum en verdubbelen het tarief buiten de quota naar 50% [1][2]. Nog problematischer is de introductie van de ‘melt and pour’-regel [2][6]. Deze regel vergroot de administratieve last aanzienlijk voor staalgebruikers en treft vooral kleine en middelgrote bedrijven hard [2][6]. Europese industrieën krijgen het ook moeilijker om gespecialiseerd, hoogwaardig staal te verkrijgen dat vaak door slechts enkele leveranciers wereldwijd wordt geproduceerd [2]. Veel van dit staal is niet in voldoende hoeveelheden beschikbaar in Europa [2]. De maatregelen raken ook nauwe EU-handelspartners zoals Zwitserland, die hoogwaardige en duurzame staalproducten leveren maar niet bijdragen aan wereldwijde overcapaciteit [2][6].
Stapeling van EU-maatregelen bedreigt concurrentiepositie
Deze staalmaatregelen komen bovenop andere EU-initiatieven zoals CBAM (het koolstofaanpassingsmechanisme aan de grens) en het afbouwen van gratis ETS-rechten [2][6][7]. Samen verhogen deze maatregelen de kosten van zowel EU-geproduceerd als geïmporteerd staal [6][7]. De lobbyclubs vrezen dat dit de concurrentiepositie van Europese verwerkende industrieën ernstig schaadt [6][7]. Ze roepen EU-beleidsmakers op tot ‘een zorgvuldigere en meer evenwichtige benadering’ die rekening houdt met de zorgen van Europese staalgebruikers [7][8]. Voor Nederlandse industrieën betekent dit een directe klap: van scheepsbouw in de Randstad tot machinebouw in Brabant, alle sectoren die staal als grondstof gebruiken krijgen te maken met aanzienlijk hogere kosten.