Automobilisten betalen vanaf januari een dubbeltje meer per liter diesel door kabinetsplannen
Den Haag, maandag, 4 mei 2026.
Het kabinet laat dieselprijzen vanaf januari 2027 stijgen met ruim 10 cent per liter. Benzinerijders krijgen een jaar later een dubbele klap van 33 cent door het wegvallen van kortingen én de nieuwe ‘Timmermans-taks’. Deze beslissing komt voort uit eerdere formatie-afspraken van D66, VVD en CDA.
Dieselrijders voelen meteen de pijn in hun portemonnee
De dieselprijsstijging van ruim een dubbeltje per liter raakt vooral zakelijke rijders en pendelaars die dagelijks lange afstanden afleggen [1]. Een gemiddelde dieselauto met een tank van 50 liter wordt dus 5 euro duurder om vol te tanken. Voor iemand die wekelijks tankt, betekent dit extra kosten van ongeveer 260 euro per jaar. De maatregel komt voort uit een beslissing die coalitiepartijen D66, VVD en CDA tijdens de formatie hebben genomen [1]. Het kabinet kan nog ingrijpen om de prijsstijging tegen te houden, maar concrete plannen daarvoor zijn er niet.
Benzinerijders krijgen een jaar later dubbele dreun
Benzinerijders kunnen zich nog even gelukkig prijzen, maar hun beurt komt in 2028. Dan verdwijnt de huidige korting én wordt de zogenaamde ‘Timmermans-taks’ ingevoerd [1]. Deze dubbele klap zorgt voor een prijsstijging van maar liefst 33 cent per liter benzine [1]. Voor een gezin dat maandelijks 200 liter benzine tankt, betekent dit 792 euro extra kosten per jaar. De timing is allesbehalve toevallig: de naam ‘Timmermans-taks’ verwijst naar het klimaatbeleid dat onder EU-commissaris Frans Timmermans werd ontwikkeld.
Klimaatdoelen versus portemonnee van de burger
Deze brandstofprijsstijgingen zijn onderdeel van het Nederlandse klimaatbeleid om CO2-uitstoot te verminderen [1]. De regering hoopt dat hogere prijzen automobilisten aanzetten tot zuiniger rijgedrag of de overstap naar elektrisch vervoer. Maar voor veel Nederlanders die afhankelijk zijn van hun auto voor werk of dagelijkse boodschappen, voelt dit als een onvermijdbare extra belasting. Vooral in landelijke gebieden, waar openbaar vervoer beperkt beschikbaar is, hebben mensen weinig alternatieven. Automobilistenorganisaties vrezen dan ook voor de financiële impact op gewone weggebruikers die nu al kampen met hoge brandstofprijzen.