Alternatieve dodenherdenking in Den Haag verliest driekwart van haar publiek na bekladding Dam
Den Haag, woensdag, 6 mei 2026.
Slechts enkele honderden mensen bezochten gisteren de alternatieve dodenherdenking op het Lange Voorhout, een dramatische daling van de 3000 tot 4000 bezoekers vorig jaar. De herdenking vond plaats onder hoogspanning na de bekladding van het Nationaal Monument met rode verf en het woord ‘genocide’. Bezoekers spraken van gemengde gevoelens over zowel de actie als de vraag hoe verder te gaan met verdeelde herdenkingen in Nederland.
Dramatische daling na controversiële actie
De alternatieve dodenherdenking op het Lange Voorhout trok gisteren slechts ongeveer 500 mensen [6], een forse afname van de 3000 tot 4000 bezoekers vorig jaar [1][6]. Dit betekent een daling van -85.714 procent ten opzichte van 2025. De herdenking vond plaats tegen de achtergrond van de bekladding van het Nationaal Monument op de Dam met rode verf en het woord ‘genocide’ [6]. Pro-Palestijnse activiste José van Leeuwen keek kritisch naar de actie: ‘Het standbeeld op de Dam is voor de doden van toen, die kunnen er niets aan doen wat er nu gebeurt. Wij moeten leren van het verleden, dus je moet het standbeeld met rust laten’ [1]. De organisatie ‘4 Mei Inclusief’ hield vast aan haar boodschap dat de herdenking verbreed moet worden omdat ‘oorlog terugkeert in Europa’ en ‘wereldwijd burgers slachtoffer worden van geweld’ [1].
Gemengde gevoelens bij bezoekers
Bezoekers spraken van verdeelde emoties over zowel de bekladding als de toekomst van alternatieve herdenkingen [1]. Bezoeker Fatos toonde begrip voor de actie op de Dam vanwege de ‘willekeur in aandacht voor conflicten zoals Oekraïne’ en concludeerde dat ‘mensen radeloos zijn’ [1]. Edjo Frank bezocht de herdenking met gemengde gevoelens, denkend aan vermoorde familieleden in Auschwitz en Sobibor én aan de situatie in Israël-Palestina [1]. Jaap Hamburger van Een Ander Joods Geluid pleitte op het podium voor internationalisering van de dodenherdenking en stelde kritische vragen over de prominente rol van het koningshuis en uniformdragers bij de officiële herdenking [1][5]. Ahmed Abu Artema, een Palestijnse schrijver gevlucht uit Gaza, deelde zijn verhaal over het verlies van zijn zoon Abdullah [1].
Verdeeldheid over richting herdenkingen
De verminderde opkomst illustreert de groeiende verdeeldheid over hoe Nederland zijn oorlogsdoden moet herdenken. Waar de officiële herdenking op de Dam nog altijd 15.000 mensen trok [6], toont de alternatieve variant een duidelijke terugval. Critici waarschuwen dat het verbreden van 4 mei naar hedendaagse conflicten zoals Gaza het risiko loopt dat ‘herdenken een strijdtoneel wordt van actuele morele en politieke standpunten’ [4]. De organisatoren houden vol dat een inclusieve herdenking nodig is voor Palestijnen, Oekraïners, Soedanezen en andere slachtoffers van hedendaags geweld [5]. Het Comité 4 en 5 mei krijgt een jaar de tijd om na te denken over de gestelde vragen [1], terwijl Nederland worstelt met de vraag of de nationale herdenking moet evolueren of haar historische focus moet behouden.