Familie dwingt rechtszaak af na doodrijden 14-jarige Tamar uit Marken
Marken, donderdag, 30 april 2026.
Na zes jaar krijgt de familie van Tamar eindelijk hun dag in de rechtbank. De 33-jarige verdachte keek op zijn telefoon toen hij de 14-jarige doodreed op de Zeedijk in 2020. Het OM had de zaak geseponeerd, maar advocaat Sébas Diekstra wist via een artikel 12-procedure af te dwingen dat de verdachte alsnog vervolgd wordt. De rechtszaak vindt plaats op 30 juni 2026.
Verdachte vreest rechtszaak niet ondanks juridische druk
De 33-jarige verdachte uit Duitsland toont zich niet bang voor de naderende rechtszaak [1]. Hij zat samen met drie anderen in de auto toen het ongeval gebeurde in de nacht van 25 juli 2020 [1]. Alle vier de inzittenden zijn geboren in Irak maar wonen in Duitsland, waar drie van hen een langdurige verblijfsvergunning hebben [1]. Voor de verdachte staat er meer op het spel dan alleen een mogelijke veroordeling - bij een zware uitspraak kan zijn verblijfsvergunning in Duitsland in gevaar komen [1]. Zijn advocaat Misja Geeratz benadrukt dat zijn cliënt altijd heeft meegewerkt aan alle onderzoeken en dat ook nu zal doen [1]. De verdachte kreeg eerder al een boete van €1.500 omdat hij op zijn telefoon keek tijdens het rijden - hoger dan gebruikelijk vanwege de fatale afloop [1].
Mysterie rond exacte toedracht blijft bestaan
Het Openbaar Ministerie stelt vast dat Tamar door de auto van de verdachte is overreden, maar hoe of waarom zij op de weg terechtkwam blijft onduidelijk [1]. De verdachte verklaarde dat hij ‘over iets heen reed’ maar pas veel later schade aan zijn auto ontdekte [1]. Volgens zijn advocaat was er sprake van lichte schade: ‘Als hij haar frontaal had aangereden, was er meer schade geweest’ [1]. Er zijn aanwijzingen dat het meisje na de aanrijding is verplaatst, wat extra vragen oproept over de exacte gebeurtenissen [3]. Het lichaam van de 14-jarige werd gevonden in de berm van de Zeedijk tussen Marken en Monnickendam [1]. Volgens onderzoek was ze op slag overleden [1].
Rechtszaak draait om cruciale vraag bewustwording
De rechtszaak op 30 juni 2026 bij de rechtbank Schiphol draait om één centrale vraag: heeft de verdachte gezien of gemerkt dat hij een mens aanreed [1]. Het antwoord op deze vraag kan het verschil maken tussen een relatief lichte en een veel zwaardere straf [1]. Advocaat Geeratz hoopt dat de rechtszaak de ouders van Tamar rust geeft: ‘Hopelijk geeft het de ouders van het slachtoffer rust als ze zien dat er alles aan is gedaan om erachter te komen wat er is gebeurd’ [1]. De familie dwong via advocaat Sébas Diekstra en een artikel 12-procedure af dat het OM de zaak alsnog voor de rechter brengt [3]. Voor veel Nederlandse families die te maken krijgen met verkeersongevallen toont deze zaak aan dat juridische druk soms nodig is om gerechtigheid te krijgen - ook als het OM aanvankelijk besluit niet te vervolgen [GPT].