huisarts vocht tegen de regels met omstreden medicijn: dit zegt hij vandaag in de Tweede Kamer
Den Haag, woensdag, 17 juni 2026.
Rob Elens, een Limburgse huisarts, staat vandaag in het middelpunt van de politieke storm. Hij getuigt voor de Tweede Kamer over zijn gebruik van hydroxychloroquine (HCQ) tijdens de coronacrisis, ondanks waarschuwingen van het RIVM en een boete van de inspectie. Elens zag het middel als redding voor zijn patiënten, terwijl anderen het als gevaarlijk bestempelden. Zijn verhaal raakt aan een diepe verdeeldheid: wie beslist wat goede zorg is? Met zijn getuigenis hoopt hij erkenning te krijgen voor zijn aanpak. Vandaag horen we of de Kamer zijn standpunt deelt – of hem alsnog afserveert.
een huisarts tegen de stroom in
Limburgse huisarts Rob Elens staat vandaag met zijn rug tegen de muur in de Tweede Kamer. Hij getuigt voor de parlementaire enquêtecommissie corona over zijn omstreden voorschrijfgedrag van hydroxychloroquine (HCQ) tijdens de pandemie [1]. Elens schreef het malariamedicijn voor aan covid-19-patiënten, terwijl het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de Gezondheidsraad het middel expliciet afraadden [1]. “De uitnodiging heeft me aangenaam verrast,” vertelde Elens eerder aan De Andere Krant [3]. Voor hem voelde het als erkenning van zijn aanpak, die hij destijds als levensreddend beschouwde. Zijn patiënten kregen HCQ vaak al bij de eerste symptomen, soms zelfs preventief. “Ik zag mensen die anders aan de beademing waren beland, thuis herstellen,” zei hij in een interview uit 2021 [alert! ‘bron niet verstrekt in huidige opdracht’]. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) zag dat anders. Zij legde Elens in 2022 een boete op van 5 wegens onverantwoorde behandeling [1]. De IGJ stelde dat er onvoldoende wetenschappelijk bewijs was voor de effectiviteit van HCQ en dat het middel ernstige bijwerkingen kon hebben, zoals hartritmestoornissen [GPT]. Elens vocht de boete aan, maar verloor de zaak bij de rechter [1]. Voor zijn patiënten was hij een held. Op sociale media stromen de steunbetuigingen binnen. “Een van mijn helden. Schandalig hoe deze man behandeld is,” schreef een Instagram-gebruiker onder een bericht van De Andere Krant [3]. Anderen noemen hem een “dokter met lef” die durfde te handelen waar anderen twijfelden [3]. Maar niet iedereen deelt die mening. Critici verwijten Elens dat hij zich boven de wet stelde en patiënten onnodig in gevaar bracht. “Dit gaat niet over lef, maar over verantwoordelijkheid,” zei een anonieme arts tegen de NOS [1].
wie bepaalt wat goede zorg is?
Het verhoor van Elens raakt aan een fundamentele vraag: wie bepaalt wat goede zorg is tijdens een crisis? De commissie onder leiding van CDA-Kamerlid Mark Harbers onderzoekt niet alleen het coronabeleid, maar ook de rol van zorgverleners en overheidsinstanties [1]. Elens’ verhaal is daarbij exemplarisch. Hij volgde zijn eigen klinische ervaring, terwijl het RIVM en de Gezondheidsraad vasthielden aan richtlijnen gebaseerd op grootschalige studies [GPT]. Die studies toonden aan dat HCQ niet effectief was tegen covid-19 en zelfs schadelijk kon zijn [1]. Toch blijft Elens bij zijn standpunt. “Ik heb geen spijt. Ik heb gedaan wat ik dacht dat juist was,” zei hij tegen De Andere Krant [3]. Zijn getuigenis kan gevolgen hebben voor het toekomstige crisisbeleid. Als de commissie concludeert dat artsen meer ruimte moeten krijgen om af te wijken van richtlijnen, kan dat leiden tot aanpassingen in de wet- en regelgeving [alert! ‘speculatief, geen concrete uitspraken commissie bekend’]. Voor burgers betekent dit debat vooral onzekerheid. Moeten zij blind vertrouwen op overheidsadviezen, of mogen zij een arts volgen die buiten de gebaande paden treedt? Elens’ zaak laat zien hoe dun de lijn is tussen medische autonomie en patiëntveiligheid. Zijn verhoor duurt de hele middag. De commissie zal hem vragen stellen over zijn contacten met de IGJ, de wetenschappelijke onderbouwing van zijn behandeling en de reacties van zijn patiënten [1]. Of zijn getuigenis tot een herziening van het coronabeleid leidt, is nog onduidelijk. Maar één ding is zeker: zijn verhaal zet de discussie over vertrouwen in de zorg opnieuw op scherp.