Rechtbank vrijspreekt schutter van noodweer na mesaanval in Amsterdams centrum
Amsterdam, zaterdag, 14 februari 2026.
Een 32-jarige man uit Almere schoot op 30 april 2025 een aanvaller neer die hem met een mes bedreigde in de Oudebrugsteeg bij het Damrak. De rechtbank oordeelde dat hij handelde uit noodweer en gaf hem geen straf voor het schieten. Camerabeelden toonden hoe de aanvaller herhaaldelijk op de schutter afkwam, ondanks waarschuwingen met het vuurwapen. Wel kreeg de man negen maanden cel voor het bezit van het semi-automatische pistool in het drukke uitgaansgebied. Hij mag twee jaar niet in de Amsterdamse binnenstad komen.
Camerabeelden bevestigen noodweersituatie
De rechtbank vond de verklaring van de schutter ‘betrouwbaar en aannemelijk’ omdat camerabeelden hetzelfde lieten zien [1]. De beelden toonden hoe de 32-jarige Almeerder rond 2.10 uur ‘s nachts in conflict raakte met een groepje mensen [2][3]. De man met het mes bleef herhaaldelijk op de schutter afkomen, ondanks dat deze eerst probeerde te dreigen met zijn vuurwapen [3]. Toen de schutter het wapen wilde wegstopken, kwam de aanvaller met een stekende beweging op hem af [3]. De rechtbank oordeelde dat de schutter zich niet op een veilige manier kon terugtrekken, mede omdat bekenden van de mesdrager ook in de steeg stonden [2].
Celstraf voor wapenbezit ondanks vrijspraak schieten
Hoewel de rechtbank de schutter vrijsprak voor het neerschieten - hij wordt wel schuldig verklaard aan poging tot doodslag maar krijgt daarvoor geen straf [3] - kreeg hij wel een celstraf voor wapenbezit [1][2][3]. De rechtbank wilde ‘streng optreden’ tegen het bezit van het semi-automatische pistool van kaliber 6,35 mm Browning in een druk uitgaansgebied [2]. Hij werd veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk [2]. Na aftrek van het voorarrest blijft er minder dan negen maanden over [2]. Voor gewone Nederlanders betekent dit dat zelfverdediging juridisch erkend wordt, maar dat illegaal wapenbezit zwaar bestraft blijft.
Strenge voorwaarden en contactverbod opgelegd
De schutter krijgt een locatieverbod voor de Amsterdamse binnenstad voor twee jaar en mag geen contact opnemen met het slachtoffer [2][3]. Hij moet meewerken aan behandeling door de reclassering en een zorgverlener, plus zoeken naar vaste dagbesteding [2][3]. De 21 gram drugs die politie bij hem vond, krijgt hij niet terug [2]. Deze zaak toont hoe het Nederlandse rechtssysteem omgaat met geweldsituaties: noodweer wordt erkend, maar de rechter kijkt ook naar de bredere context van wapenbezit en drugscriminaliteit.