Kabinet belooft minder jongeren in de jeugdzorg maar laat moeilijke keuzes liggen

Kabinet belooft minder jongeren in de jeugdzorg maar laat moeilijke keuzes liggen

2026-01-27 politiek

Den Haag, dinsdag, 27 januari 2026.
Het demissionaire kabinet wil het aantal jongeren in de jeugdzorg terugdringen van één op de zeven naar één op de tien in 2028. Het nieuwe wetsvoorstel verplicht gemeenten lokale teams in te zetten en geeft voorrang aan groepstherapie boven individuele hulp. Maar de echte pijnpunten blijven onbesproken: welke zorg wordt niet meer vergoed en hoe voorkomen we dat gemeenten verschillende keuzes maken? Terwijl demonstranten gisteren bij de Tweede Kamer protesteerden en jeugdzorgmedewerkers acties aankondigen, ontbreken concrete antwoorden over de financiering na 2028. Een cultuuromslag klinkt mooi, maar zonder harde keuzes over prioriteiten blijft de druk op het overbelaste systeem bestaan.

Lokale teams krijgen hoofdrol, maar financiële gaten blijven open

Staatssecretaris Judith Tielen (VVD) presenteerde gisteren het wetsvoorstel Reikwijdte dat gemeenten verplicht lokale teams als eerste aanspreekpunt in te zetten [1]. Deze teams moeten met een brede blik kijken of jeugdzorg wel nodig is, waarbij het gezin als geheel centraal staat [1]. Groepstherapie krijgt voorrang op individuele hulp, tenzij individuele hulp aantoonbaar effectiever is [1][2]. Het kabinet legt ook de mogelijkheid vast voor gemeenten om hulp uit te sluiten als die niet effectief is, wat kan leiden tot verschillen in het zorgaanbod tussen gemeenten [1]. Maar de kosten blijven stijgen. Sinds gemeenten in 2015 verantwoordelijk werden voor jeugdzorg, zijn de kosten in tien jaar tijd verdubbeld [1]. Een doorlichting van BDO toonde gisteren aan dat er nog altijd tekorten dreigen bij gemeenten, mede door jeugdzorg [1].

Protesterende jongeren en staking kondigen onrust aan

Terwijl Tielen haar plannen presenteerde, voerden demonstranten gisteren actie bij de Tweede Kamer voorafgaand aan het debat over jeugdbeleid [1]. Op 26 januari bood een coalitie van jeugdhulporganisaties een manifest aan in de Tweede Kamer, pleitend voor een praktijkgerichte aanpak [4]. Het protest krijgt vervolg: vanaf 3 februari gaan jeugdzorgmedewerkers uit het hele land actievoeren voor een volwaardige cao [6]. Van 3 tot 19 februari vinden er veertien stiptheidsacties en actiebijeenkomsten plaats op dertien locaties [6]. De acties worden opgeschaald na 19 februari indien werkgevers niet ingaan op de eisen van de vakbonden [6]. Dit raakt 38.000 medewerkers in de jeugdzorg [6]. De Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd pleiten intussen voor het afschaffen van marktwerking en willen dat jeugdzorg wordt georganiseerd als publieke dienstverlening [3].

Concrete keuzes blijven uit, deadline 2028 onder druk

Het wetsvoorstel maakt geen concrete keuzes over welke vormen van zorg niet langer vergoed worden [1]. Tielen spreekt van ‘een eerste stap om de wildgroei van het jeugdaanbod terug te dringen’ [1], maar de échte beslissingen worden doorgeschoven. De ambitie om het jeugdzorggebruik te verminderen van 0.143 naar maximaal 0.1 in 2028 betekent een daling van ongeveer -30 procent [1][2]. Dat klinkt ambitieus, maar zonder structureel financieel kader na 2028 blijft onduidelijk hoe dit houdbaar is [3]. Een tweede rapport van de deskundigencommissie-Van Ark wordt pas in 2027 verwacht [3]. Peter Kwint, voormalig SP-Kamerlid, waarschuwt dat het probleem zit in potjesdenken: ‘De overheid denkt in potjes’, wat inefficiënte hulp oplevert voor jongeren met meerdere problemen [4]. Voor ouders betekent dit voorlopig meer onzekerheid over welke hulp straks nog beschikbaar is.

Bronnen


jeugdzorg wetsvoorstel