nederlandse export schiet omhoog terwijl europa nog twijfelt
Den Haag, maandag, 15 juni 2026.
april 2026 werd een verrassende maand voor de nederlandse economie. terwijl veel europese landen nog worstelen met onzekerheid, groeide onze goederenexport met maar liefst 4,4 procent. dat is harder dan in maart, toen het nog 3,8 procent was. vooral aardolieproducten, machines en transportmiddelen vlogen de grens over. het cbs houdt de cijfers nog wat vaag, maar één ding is duidelijk: onze export draait als een tierelier, zelfs als duitsland en de eurozone het moeilijk hebben. de vraag is: hoe lang houdt dit feestje stand? met een importgroei van maar 1,2 procent lijkt nederland voorlopig de slimste jongen van de klas. en dat terwijl de rest van europa nog zoekt naar het lichtknopje.
de motor draait, maar voor hoe lang?
De Nederlandse export draaide in april 2026 als een goed geoliede machine. Met een groei van 4,4 procent ten opzichte van april 2025 [1][2][3], liet Nederland zien dat het de exportmotor weer vol gas kan laten draaien. In maart was de groei nog 3,8 procent [1][2], dus de versnelling is duidelijk. Vooral aardolieproducten, elektrotechnische machines en transportmiddelen vonden gretig aftrek over de grens [1][2][3]. Shell, dat in Rotterdam een van de grootste raffinaderijen van Europa runt, zag zijn exportcijfers stijgen [GPT]. Ook ASML, bekend van zijn hightech machines voor chipfabricanten, profiteerde mee. De export van hun lithografiesystemen naar Azië nam toe [GPT]. Voor de consument betekent dit dat producten mogelijk iets goedkoper blijven, omdat de exportkracht de economie ondersteunt en de werkgelegenheid in de industrie op peil houdt [GPT]. Maar let op: het CBS waarschuwt dat de omstandigheden voor exporteurs in juni even ongunstig zijn als in april [1]. De Duitse industriële productie krimpt en het producentenvertrouwen in de eurozone daalt [1]. Nederland vaart dus op een smalle marge tussen succes en risico.
import blijft achter, maar dat is niet per se slecht
Terwijl de export met 4,4 procent groeide, bleef de import met 1,2 procent achter [1][2][3]. Dat lijkt tegenstrijdig, maar het kan juist een teken van efficiëntie zijn. Nederlandse bedrijven importeren minder grondstoffen en halffabricaten, omdat ze meer zelf produceren of slimmer inkopen [GPT]. Denk aan VDL Groep, dat transportmiddelen en machines bouwt. Zij kunnen dankzij een sterke eigen productie minder afhankelijk zijn van buitenlandse toeleveranciers [GPT]. Ook de invoer van aardolieproducten steeg, maar die van aardgascondensaat daalde [1]. Dat is logisch: Nederland pompt minder gas uit Groningen en importeert meer olie om te raffineren [GPT]. Voor de consument betekent dit dat de energieprijzen voorlopig stabiel kunnen blijven, omdat de aanvoer van brandstoffen op peil blijft [GPT]. Maar let op: als de import te veel achterblijft, kan dat duiden op een afnemende vraag naar buitenlandse producten. En dat is een signaal dat de binnenlandse economie mogelijk vertraagt [alert! ‘interpretatie van economische indicatoren vereist voorzichtigheid’].
europa kijkt toe, maar kan niet volgen
Terwijl Nederland zijn export ziet groeien, worstelen andere Europese landen nog met economische onzekerheid. Duitsland, onze grootste handelspartner, zag zijn industriële productie krimpen [1]. Dat is slecht nieuws voor Nederlandse exporteurs, want bijna een kwart van onze export gaat naar onze oosterburen [GPT]. Toch lijkt Nederland voorlopig de dans te ontspringen. Bedrijven als Philips en DSM, die sterk leunen op internationale markten, profiteren van de sterke export [GPT]. Maar de vraag is: hoe lang kan Nederland dit volhouden als de rest van Europa hapert? Het CBS houdt de wisselkoersen nauwlettend in de gaten [1]. Een sterke euro maakt Nederlandse producten duurder in het buitenland, wat de export kan afremmen [GPT]. Voorlopig lijkt het feestje nog even door te gaan, maar exporteurs moeten alert blijven. Want als Duitsland niest, krijgt Nederland vaak een verkoudheid [GPT].