Minister Aartsen breidt startbanen voor statushouders uit naar meer dan tachtig gemeenten

Minister Aartsen breidt startbanen voor statushouders uit naar meer dan tachtig gemeenten

2026-04-30 politiek

Nederland, donderdag, 30 april 2026.
Werk in plaats van uitkering vanaf dag één. Dat wil minister Aartsen voor statushouders. Hij breidt het startbanenprogramma uit naar ruim tachtig gemeenten nadat bleek dat 44 procent van de deelnemers daadwerkelijk een baan vond. Driekwart van de nieuwkomers leeft drie jaar na aankomst nog altijd van een uitkering. De minister wil het inburgeringsstelsel omgooien. Statushouders leren sneller Nederlands op het werk dan in de klas, blijkt uit onderzoek.

Van uitkering naar werk: het huidige probleem

De cijfers zijn nogal deprimerend. Ongeveer 70 procent van de statushouders zit drie jaar na het krijgen van een verblijfsvergunning nog steeds in een uitkering [1][2]. Na vijf jaar is dat nog altijd ongeveer de helft [1][2]. Minister Thierry Aartsen van Werk en Participatie vindt dit onacceptabel. “Terwijl we natuurlijk mensen tekortkomen op de banenmarkt. Ik geloof er oprecht niet in dat mensen er beter van worden als ze de hele dag thuis zitten,” zegt hij in een interview met De Telegraaf [1][2]. Het huidige inburgeringsstelsel draagt bij aan dit probleem. “Dat is niet voldoende ingesteld op werk. De standaard is nu leefgeld, uitkering en inburgeringscursus,” legt Aartsen uit [1][2]. Die cursussen zijn vaak overdag, waardoor het lastig is om ze te combineren met werk [1][2].

Succesvolle proef wordt uitgebreid

De startbanenproef draaide de afgelopen jaren in meerdere grote steden, waaronder Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven [1][2]. De resultaten zijn veelbelovend: bijna de helft (44 procent) van de statushouders die zich aanmeldden kreeg daadwerkelijk een baan [1][2]. Dat is een flinke verbetering vergeleken met het huidige systeem. Aartsen kondigt deze donderdag aan dat hij de proef fors uitbreidt naar ruim tachtig gemeenten [1][2]. “Krijg je als eerste een uitkering aangeboden of werk? Die normstelling is belangrijk,” benadrukt de minister [1][2]. De startbanen zijn volgens hem “banen waar je relatief eenvoudig mee kan komen als je nog niet goed de Nederlandse taal beheerst” [2]. Denk aan logistiek, horeca, schoonmaak, bouw en techniek [2].

Nederlands leren op de werkvloer werkt beter

De deelnemers aan de proef zijn enthousiast, vooral omdat werk hen helpt bij het inburgeren [1][2]. Ruim de helft van de deelnemers sprak niet of nauwelijks Nederlands bij aanvang van de proef [1][2]. Zij geven aan dat de baan hen juist helpt met het leren van Nederlands, omdat ze dat op hun werk ook in de praktijk moeten brengen in plaats van alleen maar lessen te volgen bij de inburgeringscursus [1][2]. “Het mes snijdt aan meerdere kanten,” zegt Aartsen. “Je hebt financieel voordeel als je werkt in plaats van een uitkering krijgt. En je doet veel sneller mee. Je leert collega’s kennen. Als het goed is ga je ook sneller de inburgering door” [2]. De startbanen zijn een eerste stap in een bredere aanpassing van het integratiestelsel [1][2].

Bronnen


statushouders startbanen