Gerechtshof draait veroordeling van Gideon van Meijeren volledig om
Den Haag, donderdag, 5 maart 2026.
Het gerechtshof in Den Haag sprak FVD-Kamerlid Gideon van Meijeren vrij van opruiing. De rechtbank veroordeelde hem eerder tot 200 uur werkstraf voor uitspraken tijdens boerenprotesten en een interview. Het hof oordeelde dat Van Meijeren de grens opzocht maar niet overschreed.
Twee controversiële uitspraken onder de loep
Van Meijeren stond terecht voor twee specifieke uitspraken. De eerste vond plaats tijdens een boerenprotest in de zomer van 2022 [1][2]. Daar plaatste hij vraagtekens bij het ‘taboe op geweld’ tegen de overheid [1]. Het tweede geval betrof een interview met de Belgische website Compleetdenkers uit november 2022 [1][2]. Daarin spoorde hij mensen aan ‘bij wijze van spreken op te trekken naar het parlement’ en daar te blijven totdat de regering weg is [1]. Van Meijeren voegde eraan toe dat ‘het verleden laat zien dat daar vaak ook slachtoffers bij vallen, soms dodelijke’ [1]. Het Openbaar Ministerie zag dit als opruiing en eiste een werkstraf van tweehonderd uur [1][2].
Hof ziet geen directe oproep tot geweld
Het gerechtshof kwam donderdag tot een ander oordeel dan de rechtbank [1][2]. Het hof oordeelde dat Van Meijeren’s uitspraken ‘direct noch indirect hebben aangespoord tot een strafbaar feit’ [1]. Voor de boerenbijeenkomst stelde het hof dat Van Meijeren ‘strafrechtelijk de grens opgezocht, maar niet overschreden’ heeft [2]. Bij het interview oordeelde het hof dat hij ‘niet direct opgeruid of de geesten rijp gemaakt voor strafbaar handelen’ heeft [2]. Van Meijeren sprak weliswaar van verzet, maar dit moest volgens hem vreedzaam blijven [1]. Dit onderscheid tussen het opzoeken van grenzen en het daadwerkelijk overschrijden ervan werd cruciaal voor de vrijspraak.
Betekenis voor politiek debat en rechtsstaat
Deze uitspraak heeft bredere gevolgen voor de politieke discussie in Nederland. Van Meijeren verklaarde eerder dat ‘het strafrecht geen instrument is om het debat af te bakenen’ en geen ‘correctiemiddel voor onwelgevallige politieke opvattingen’ [2]. Het hof lijkt deze redenering te hebben gevolgd door onderscheid te maken tussen controversiële politieke uitspraken en daadwerkelijke opruiing. Voor gewone burgers betekent dit dat politici meer ruimte krijgen voor scherpe kritiek op de overheid, zolang ze niet direct aanzetten tot geweld. De uitspraak toont ook hoe moeilijk het is om de grens tussen vrijheid van meningsuiting en strafbare opruiing vast te stellen. Van Meijeren hoeft nu geen werkstraf uit te zitten en behoudt zijn Kamerzetel bij Forum voor Democratie.