Nederlandse vrouw uit Hengelo riskeert tien jaar cel voor het houden van een Jezidi-slavin in Syrië
Hengelo, dinsdag, 10 februari 2026.
Een 34-jarige vrouw uit Hengelo staat terecht voor het als slaaf houden van een Jezidi-vrouw in Syrië. Ze sloot zich in 2015 aan bij IS.
Hoger beroep en slachtoffercompensatie
Het Openbaar Ministerie houdt vast aan de tien jaar celstraf die eerder door de rechtbank in Den Haag werd opgelegd [1]. De internationale misdrijvenkamer van het gerechtshof Den Haag behandelt de zaak deze week in hoger beroep [1]. Het OM eist daarnaast dat Hasna A. 30.000 euro schadevergoeding betaalt aan het slachtoffer [1]. De advocaten-generaal beschrijven hoe de verdachte ‘welbewust haar eigen kind in gevaar heeft gebracht’ door in 2015 met haar 4-jarige zoontje naar Syrië te reizen [1]. Over het Jezidi-slachtoffer zijn ze nog duidelijker: ‘Het was verdachte die gebruik maakte van het slachtoffer als slaaf, zonder zich over haar lot te bekommeren’ [1].
Jezidi-gemeenschap zoekt gerechtigheid
Meer dan twintig Jezidi’s woonden maandag de rechtszitting bij op Schiphol [2]. Sepan Ajo werd als 15-jarig meisje in 2014 gevangengenomen door IS-strijders en tot slaaf gemaakt [2]. Ze vertelt waarom ze erbij wil zijn: ‘De mannen die mijn vader en broers hebben vermoord zullen misschien nooit gepakt worden. Maar deze vrouw is willens en wetens bij het kalifaat gegaan’ [2]. Fawziya Zandinan, die anderhalf jaar geleden naar Nederland werd gehaald om te getuigen, benadrukt op Instagram dat haar aanwezigheid ‘een standpunt’ is namens haar volk [4]. Meer dan 6.000 Jezidi-vrouwen en meisjes werden door IS ontvoerd en tot slaaf gemaakt [2]. Het hof doet over enkele weken uitspraak [2].
Bredere impact op Nederlandse rechtssysteem
Deze zaak toont hoe Nederland omgaat met IS-gerelateerde misdaden die door Nederlandse burgers in het buitenland zijn gepleegd [1]. Hope Rikkelman van de Nuhanovic Foundation benadrukt het belang: ‘Het is belangrijk om de Jezidi’s het vertrouwen te geven dat er in Nederland recht wordt gesproken’ [2]. De zaak wordt vandaag dinsdag 10 februari en morgen woensdag 11 februari verder behandeld [2]. Voor gewone Nederlanders betekent dit dat ons rechtssysteem ver reikt - zelfs misdaden begaan in oorlogsgebieden kunnen hier berecht worden. De rechtszaak laat zien dat Nederland zijn verantwoordelijkheid neemt voor burgers die zich bij terroristische organisaties aansluiten en daar oorlogsmisdaden begaan.