Teun van Gijzen neemt op 83-jarige leeftijd het heft in eigen handen na geweigerde euthanasie
Velp, zaterdag, 9 mei 2026.
Op 14 april overleed Teun van Gijzen uit Velp door zelfdoding, slechts vijf dagen nadat hij zijn verhaal in de media deed. De 83-jarige man had euthanasie aangevraagd omdat hij zijn lijden ondraaglijk vond, maar artsen weigerden zijn verzoek. Zij vonden het lijden niet ondraaglijk genoeg volgens de euthanasiewet. Voor Teun was elke dag een worsteling geworden en hij wilde niet verder leven. Zijn verhaal toont het dilemma van patiënten wier euthanasieverzoek wordt afgewezen terwijl zij hun lijden wel degelijk als ondraaglijk ervaren. De zaak roept opnieuw vragen op over hoe de Nederlandse euthanasiewet wordt toegepast en wat er gebeurt wanneer patiënt en arts het oneens zijn over ondraaglijk lijden.
Euthanasiewet laat ruimte voor interpretatie
De Nederlandse euthanasiewet stelt duidelijke voorwaarden: lijden moet ondraaglijk en uitzichtloos zijn [GPT]. Maar wat ondraaglijk betekent, daar kunnen patiënt en arts het fundamenteel oneens over zijn. Teun van Gijzen ervoer zijn dagelijkse bestaan als een enorme worsteling [1]. Hij zorgde nog voor zijn schildpadden in de tuin, maar vond het leven niet meer de moeite waard [2]. De artsen die zijn verzoek beoordeelden, zagen het anders. Zij vonden zijn lijden niet ondraaglijk genoeg volgens de wettelijke criteria [1]. Voor families die met soortgelijke situaties worden geconfronteerd, illustreert Teuns verhaal hoe pijnlijk deze medische en juridische afweging kan zijn.
Zelfdoding als laatste uitweg
Vijf dagen nadat Teun zijn verhaal in de media deed, nam hij op 14 april het heft in eigen handen [1][4]. Zijn rouwkaart en overlijdensannonce bevestigden zijn overlijden [2]. Dit patroon zien we vaker: patiënten die geen euthanasie krijgen, kiezen soms voor zelfdoding [alert! ‘geen specifieke cijfers over frequentie in bronnen’]. De timing toont de wanhoop die kan ontstaan wanneer iemand geen uitweg meer ziet. Teuns beslissing legt de vinger op de zere plek van het Nederlandse euthanasierechtbeleid: wat gebeurt er met mensen die hun lijden ondraaglijk vinden, maar geen medische goedkeuring krijgen?
Bredere discussie over euthanasiewet
Teuns verhaal roept opnieuw fundamentele vragen op over de toepassing van de Nederlandse euthanasiewet [1]. Nederland heeft een van de meest liberale euthanasieregelingen ter wereld, maar de wet geeft geen automatisch recht op levensbeëindiging [GPT]. Artsen moeten zorgvuldig afwegen of alle voorwaarden zijn vervuld. Voor patiënten en hun families betekent dit soms een pijnlijke teleurstelling. De zaak laat zien dat er ruimte is voor discussie over hoe we omgaan met mensen die hun lijden anders beoordelen dan hun behandelend team. Teuns tragische einde onderstreept de complexiteit van leven-en-dood beslissingen in de Nederlandse gezondheidszorg.