Europa's duurste ruzie: hoe Dassault en Airbus een straaljager van 100 miljard euro torpedeerden
Berlijn, woensdag, 10 juni 2026.
Negen jaar werken, 100 miljard euro reserveren en dan toch mislukken: het FCAS-project sneuvelde op één vraag — wie is de baas?
Ruzie in de cockpit
In Duitsland en Frankrijk is maandag 8 juni 2026 definitief de stekker getrokken uit het Future Combat Air System (FCAS) [1][2]. Bondskanselier Friedrich Merz en president Emmanuel Macron kwamen tot de conclusie dat vliegtuigbouwers Dassault en Airbus er simpelweg niet uitkomen [3][5]. Het project — in juli 2017 gestart door Macron en toenmalig kanselier Angela Merkel — had vanaf 2040 de Franse Rafale en de Duitse Eurofighter moeten vervangen [1][4]. Het totale budget: 100 miljard euro [4][8]. Ook Spanje, met industriepartner Indra, deed mee aan het project [8]. De kern van de ruzie? Dassault-topman Éric Trappier weigerde de industriële leiding én de intellectuele eigendomsrechten los te laten [4][8]. Airbus wilde geen tweede viool spelen. Ondertussen botsten Parijs en Berlijn ook over de specs: Frankrijk wilde een klein, nucleair inzetbaar toestel dat op vliegdekschepen landt. Duitsland wilde juist een vliegtuig met groot vliegbereik, gericht op een potentieel oostfront [1][4]. Kortom: twee landen, twee vliegtuigen in hun hoofd — en één project dat dat niet overleefde. Defensieanalist Rafael Loss van de European Council on Foreign Relations vat het treffend samen: “De belangrijkste impuls van het project was politiek, om te laten zien dat Frankrijk en Duitsland samen de kern van een Europese defensie zouden kunnen vormen” [4].
Wat dit betekent voor Nederland
Voor Nederland is dit nieuws relevant. Europa wil zijn defensie versterken en minder afhankelijk worden van Amerikaanse wapenleveranciers zoals Lockheed Martin — de bouwer van de F-35 die ook de Nederlandse luchtmacht vliegt [1][GPT]. Het FCAS moest dat pad effenen. Dat plan ligt nu in puin. Waarschijnlijk gaan Duitsland en Frankrijk nu elk hun eigen opvolger voor de volgende generatie gevechtsvliegtuigen ontwikkelen [2]. Duitsland kijkt al naar alternatieven: acht Duitse bedrijven, waaronder de Duitse tak van Airbus, schreven bondskanselier Merz een brief met het voorstel een nieuw gevechtsvliegtuig te ontwerpen — eventueel met Zweden (Saab) of het Brits-Japans-Italiaanse GCAP-project, dat werkt aan de Eurofighter-opvolger Tempest [1]. België, als NAVO-buurland en observator bij het FCAS-project, reageerde al nuchter. Minister van Defensie Theo Francken zei: “We nemen akte van de groeiende verschillen tussen Frankrijk en Duitsland” en benadrukte dat België blijft bouwen op de F-35 als ruggengraat [5]. Nederland heeft geen directe investering in FCAS gedaan [alert! ‘geen bronvermelding gevonden over directe Nederlandse investering in FCAS’], maar volgt de Europese defensiesamenwerking op de voet. Een gefragmenteerd Europa dat los van elkaar straaljagers gaat bouwen, is strategisch geen goed nieuws.
Wat er nu nog over is
Verloren is niet alles. Duitsland en Frankrijk willen de zogeheten ‘combat cloud’ wél samen blijven ontwikkelen [1][7][8]. Dat is het digitale zenuwstelsel dat vliegtuigen, drones, radars en satellieten aan elkaar knoopt. Merz noemde dit expliciet als voortzetting [1]. In juli 2026 staat een Frans-Duits ministerraad gepland, waarbij beide defensieministeries een gezamenlijk werkplan voor toekomstige defensieprojecten moeten presenteren [7][8]. Of dat iets oplevert, is afwachten. Grünen-partijleider Franziska Brantner is er kort over: “Waar de industrie blokkeert, is het de taak van de politiek om leiding te tonen en door te zetten” [8]. Die politieke wil ontbrak negen jaar lang. De rekening? Een gereserveerd budget van 100 miljard euro [1][4] en een Europese defensiesamenwerking die opnieuw op haar grondvesten schudt — op precies het moment dat Europa die samenwerking het hardst nodig heeft.
Bronnen
- www.trouw.nl
- www.telegraaf.nl
- www.instagram.com
- www.demorgen.be
- www.vrt.be
- x.com
- www.instagram.com
- www.finanzen.at