D66 ruilde haar principes voor 380 miljoen euro ontwikkelingshulp
Den Haag, donderdag, 4 juni 2026.
D66 liet stilletjes een omstreden terrorismewet door, in ruil voor 380 miljoen euro. De oppositie is woedend.
De deal die niemand mocht weten
In eerdere berichtgeving schreven we al hoe minister Sjoerdsma zijn eigen glazen ingooide met het UNRWA-besluit en hoe zijn begroting op instorten stond — lees dat verhaal hier terug: Minister Sjoerdsma gooit zijn eigen glazen in. Nu is er een nieuwe wending. Op 2 juni 2026 vond Sjoerdsma alsnog een meerderheid in de Eerste Kamer, nadat hij met oppositiepartij PRO een akkoord sloot over 380 miljoen euro extra voor ontwikkelingshulp [1][2]. Maar achter die opluchting schuilt een schaduwdeal. Trouw onthulde op 3 juni 2026, midden in een Kamerdebat, dat D66 en VVD binnenskamers hadden afgesproken dat minister van Justitie David van Weel zijn wetsvoorstel om terrorismeverheerlijking strafbaar te stellen opnieuw mag indienen [2][3]. Dat wetsvoorstel lag op de plank — op uitdrukkelijk aandringen van D66 zelf, die tijdens de formatie had bedongen dat de wet deze regeerperiode niet verder zou gaan [2][4]. Twee bronnen bevestigden het bestaan van de deal aan het ANP [4]. Kort gezegd: D66 ruilde haar eigen blokkade op een omstreden wet in voor geld voor haar eigen minister. Dat is politiek jongleren op hoog niveau — maar niet iedereen applaudisseert.
380 miljoen van toekomstig geld — en een wet die terugkomt
De 380 miljoen euro is er, maar de constructie is creatief. Sjoerdsma stuurde op 3 juni 2026 een brief naar de Tweede Kamer met uitleg over de financiering [1][3]. Daaruit blijkt: 202 miljoen euro komt uit middelen die eigenlijk pas in 2031 beschikbaar zouden zijn, en de overige 178 miljoen euro haalt het kabinet uit potjes voor 2028 en 2029 [3]. Het geld gaat naar noodhulp in Libanon en Soedan, de bestrijding van ebola en niet-militaire steun aan Oekraïne [3]. PRO-Kamerlid Suzanne Kröger is blij met de extra middelen voor dit jaar, maar maakt zich tegelijk zorgen over de gaten die dit slaat in de begroting van de komende jaren [3]. De VVD laat alvast weten daar weinig voor te voelen [3]. Aan de andere kant van de deal staat de terrorismewet. Die wet leidde in 2025 tot maar liefst 11.500 reacties in de internetconsultatie — een record [2]. De Raad voor de Rechtspraak waarschuwde dat het begrip ‘verheerlijking’ juridisch onvoldoende is afgebakend en dat journalisten en wetenschappers hierdoor in de knel kunnen komen [1][2]. De Raad van State had minder bezwaren, maar drong er wel op aan dat minister Van Weel zijn afweging beter toelicht [2]. Of de D66-fractie in de Tweede Kamer het wetsvoorstel nu ook daadwerkelijk steunt — los van de ministers — is op dit moment nog onduidelijk [alert! ‘RTL Nieuws meldt dat de fractie nog geen duidelijk standpunt heeft ingenomen; alleen de D66-ministers worden genoemd als steungevers’][3].
Oppositie spreekt van poppenkast
De reacties in de Tweede Kamer liegen er niet om. PRO-Kamerlid Kröger zei ‘geschokt’ te zijn toen ze van de schaduwdeal hoorde [3][4]. Don Ceder van de ChristenUnie noemde het ‘opnieuw een warboel’ [3][4]. Volt-leider Laurens Dassen stelde de vraag die velen denken: ‘Welke dealtjes zijn er nog meer beklonken?’ [1][4] Hidde Heutink van de Groep Markuszower sprak van een ‘poppenkast’ en eiste opheldering met de vraag: ‘Wat heeft de VVD cadeau gekregen?’ [4] Sjoerdsma zelf ontkende formeel in een brief aan de Tweede Kamer dat de terrorismewet onderdeel is van de afspraken met PRO [1]. Zijn verweer: ‘Binnen het kabinet is er uiteraard bij alle belangrijke besluitvorming overleg, zo ook bij de totstandkoming van wetgeving.’ [1] Een woordvoerder van D66 voegde daar droog aan toe: ‘Wat op papier staat, geldt.’ [2] Wat er mondeling is afgesproken, dat is klaarblijkelijk een ander verhaal. Voor gewone burgers betekent dit: het geld voor noodhulp in oorlogsgebieden is er nu, maar de rekening komt later. En de wet die bepaalt of je een vlag mag zwaaien zonder straf, staat weer op de agenda. Twee dossiers die iedereen raken — gesmeed in een deal die niemand mocht zien.