Nederland staat op de drempel van een officiële griep-epidemie volgende week
Nederland, donderdag, 5 februari 2026.
Voor het eerst deze winter overschreed het aantal huisartsbezoeken de epidemiegrens: 51 per 100.000 inwoners tegen de drempelwaarde van 46. Als volgende week evenveel mensen naar de huisarts gaan, roept het RIVM officieel een epidemie uit.
Griepvirus neemt flink toe in laboratoriummonsters
Het RIVM ziet niet alleen meer mensen naar de huisarts gaan, maar ook het griepvirus zelf neemt toe in monsters [1]. Afgelopen week zat in 13% van de monsters van Infectieradar-deelnemers griepvirus, tegen 12% de week ervoor [1]. Bij huisartsen van de Nivel peilstations werd het virus zelfs in 37% van de monsters gevonden [1]. Ook laboratoria door heel Nederland zien meer griep: het percentage steeg van 18% naar 22% in één week tijd [1]. Dit betekent dat het niet alleen om griepachtige klachten gaat, maar echt om het griepvirus zelf.
Vergelijking met vorig jaar toont hoe snel het kan escaleren
Vorig jaar begon de griepepidemie eind januari en piekte begin februari met 118 huisartsbezoeken per 100.000 mensen [2][3][4]. Dat was voor het eerst sinds 2020 dat het cijfer boven de honderd uitkwam [2][3][4]. De epidemie duurde tot eind maart [2][3][4]. Dit jaar lijkt een vergelijkbaar patroon te ontstaan. De meeste mensen met griep gaan overigens niet naar de huisarts, maar vooral kwetsbare groepen doen dat wel [2][3][4]. Hun bezoekjes geven daarom een goede indruk van hoe het griepvirus zich verspreidt door de samenleving.
Praktische gevolgen voor werk, school en zorg
Een griepgolf raakt sommige sectoren harder dan andere [5]. Het onderwijs en de zorg worstelen elk jaar weer met personeelstekorten tijdens grieppieken [5]. Het RIVM adviseert mensen met klachten thuis te blijven en eventueel thuis te werken [1]. Wie toch contact moet hebben met kwetsbare mensen, zoals bij mantelzorg, wordt geadviseerd een mondneusmasker te dragen [1]. Goede handhygiëne en ventilatie helpen de verspreiding beperken [1]. Naast griep zorgen ook andere virussen voor luchtwegklachten, zoals seizoenscoronavirussen, het humaan metapneumovirus en het RS-virus [1].