Vluchtelingen moesten hotelkamers schoonmaken voor €1,75 per persoon terwijl ze restjes van het ontbijt mochten opeten
Arnhem, vrijdag, 6 februari 2026.
Bij Ibis hotel Arnhem werkten asielzoekers en Oekraïners illegaal als schoonmakers voor spotprijzen. Een stel kreeg €1,75 per persoon per kamer en mocht restjes eten. Loon werd cash uitbetaald in de lobby. Arbeidsinspectie onderzoekt nu mensenhandel en arbeidsuitbuiting.
Schimmige constructies via Duitse bedrijven
Het Arnhemse hotel zette ongeveer twintig asielzoekers en een groep Oekraïners illegaal aan het werk via het Duitse bedrijf AHR Clean [1][2]. Deze werknemers hadden geen tewerkstellingsvergunning, wat verplicht is voor mensen van buiten de EU [1]. De constructie werkte via meerdere schakels: Novum Hospitality (eigenaar van het Ibis hotel) verwees naar Ö&I Clean Group GmbH, die op hun beurt AHR Clean UG inschakelde [1][3]. Anna Ensing van Fairwork noemt dit een bewuste tactiek: “Om het geheel zo complex te maken, zodat malafide praktijken makkelijker zijn. Want iedereen wijst naar elkaar” [3]. De contracten bleken direct uit het Duits vertaald en bevatten termen als ‘mini-job’ die geen betekenis hebben in het Nederlandse arbeidsrecht [1][4]. Jan Kampherbeek van vakbond CNV was duidelijk over de contracten: “Er klopt helemaal niets van” [1].
Cash uitbetaling in hotellobby na inval Arbeidsinspectie
De Arbeidsinspectie deed begin december 2025 een inval bij het Ibis Styles hotel en startte een onderzoek naar mensenhandel en arbeidsuitbuiting [1][2][6]. Na vragen van Nieuwsuur werden deze week (2-5 februari 2026) sommige asielzoekers uit de azc’s in Arnhem alsnog contant uitbetaald [1][6]. Dit gebeurde in de lobby van het hotel - een praktijk die in Nederland verboden is [1][3]. Een andere groep werknemers wacht nog steeds op hun loon [1][6]. Fairwork registreerde vorig jaar 88 nieuwe klachten uit de hotelsector, vooral van schoonmakers [1][2]. Ensing waarschuwt dat bedrijven “misbruik maken van een kwetsbare groep werknemers om er zelf geld aan te verdienen” [1][3]. De zaak toont aan hoe grensoverschrijdende uitbestedingsconstructies kunnen leiden tot illegale arbeid en uitbuiting van mensen in een precaire positie [4].