Van Gogh veranderde zijn Brabantse schilderij compleet toen hij Parijs ontdekte
Nuenen, zaterdag, 7 februari 2026.
Vincent van Gogh ging in 1886 met geel verf en blauwe accenten aan de slag op zijn oude Nuenense populierenlaan. De Franse impressionisten hadden hem zo geraakt dat hij zonlicht door de bomen schilderde waar eerst donkere schaduwen waren. Restaurateurs ontdekten dat het beroemde werk eigenlijk uit drie lagen bestaat - inclusief een verborgen kerktoren eronder. Het gerestaureerde meesterwerk toont vanaf vandaag in Museum Boijmans hoe één schilderij Van Goghs hele artistieke transformatie vastlegt: van de aardse kleuren van zijn begintijd naar de lichte, moderne stijl die hem wereldberoemd maakte.
Mysterieuze druipsporen blijven raadsel voor experts
Restaurator Erika Smeenk-Metz stuitte op iets vreemds tijdens haar werk: lange, dunne druipsporen over het hele doek [1]. Waarschijnlijk gaat het om lijnolie, maar niemand weet hoe die daar terecht is gekomen [1]. Van Gogh zelf? Een ongelukje? De sporen konden niet weg zonder het schilderij te beschadigen, dus zijn ze voorzichtig weggewerkt zodat ze minder opvallen [1]. Het mysterie blijft bestaan, net zoals veel andere geheimen in Van Goghs werk.
Eerste Van Gogh in museum werd bijna weggegooid
Het schilderij heeft een bijzondere plek in de kunstgeschiedenis: het was in 1903 het allereerste Van Gogh-werk dat een publiek museum kocht [1]. Ironisch genoeg verkocht de kunstenaar tijdens zijn leven maar één schilderij [1]. Pas dertien jaar na zijn dood begonnen mensen zijn vernieuwende stijl te waarderen [1]. De populierenlaan toont precies die overgang: van de donkere, aardse kleuren van zijn beginperiode naar de lichte, moderne invloeden die hij in Parijs oppikte [1]. Voor kunstliefhebbers is het vanaf vandaag te zien in het depot van Museum Boijmans, omdat het hoofdgebouw nog steeds wordt gerenoveerd [1].
Restauratie onthult drie lagen geschiedenis
De restauratie werd een echte puzzel. Van Gogh had het doek hergebruikt, waardoor de oorspronkelijke verflaag niet goed was uitgehard [1]. De nieuwe laag hechtte slecht, wat barstjes en opstaande verfschilfers veroorzaakte [1]. Gelukkig hielp een tussenlaag van eiwit die Van Gogh zelf had aangebracht [1]. Röntgenfoto’s onthulden zelfs een derde laag: de silhouet van een kerktoren die hij in 1884 had geschilderd [3]. Het werk bestaat dus uit drie verschillende fases, wat bewijst dat Van Gogh vaak terugkeerde naar oude doeken om ze opnieuw te bewerken [3][4]. Het museum meldt: ‘Dankzij het onderzoek en de restauratie komt dit schilderij dichterbij Van Goghs oorspronkelijke intentie dan ooit tevoren’ [1].