tot 2027 tank je voor minstens twee euro per liter, maar de oplossing laat op zich wachten
Den Haag, donderdag, 18 juni 2026.
De benzineprijs blijft de komende jaren pijnlijk hoog. Volgens het CPB betaal je tot eind 2027 gemiddeld ruim boven de twee euro per liter, met pieken tot wel drie euro als de spanningen in Iran escaleren. De overheid verhoogt de kilometervergoeding licht, maar dat dekt maar een fractie van de extra kosten. Automobilistenorganisaties roepen om accijnsverlagingen, maar het CPB ziet meer in gerichte steun voor energierekeningen. Lage-inkomenshuishoudens voelen de klap het hardst: zij geven een groot deel van hun inkomen uit aan energie en hebben minder mogelijkheden om te besparen. De economie kreunt al onder hoge energieprijzen en inflatie, en deze voorspelling maakt het er niet beter op. Hoe lang houden we dit nog vol?
twee euro per liter is het nieuwe normaal, maar wie betaalt de rekening?
De benzineprijs blijft tot eind 2027 structureel hoog, waarschuwt het Centraal Planbureau (CPB). Gemiddeld betaal je ruim boven de twee euro per liter, met pieken tot drie euro als de spanningen in Iran escaleren [1]. Die hoge prijs komt niet zomaar uit de lucht vallen. De oorlog in Iran en het aflopen van de huidige accijnskorting duwen de prijs omhoog. Ook de ‘Timmermans-taks’ uit Brussel, een CO₂-heffing op brandstoffen, speelt een rol [1]. Voor automobilisten betekent dit dat tanken een steeds groter deel van het huishoudbudget opslokt. Een volle tank van 50 liter kost dan al snel 110 euro. Dat is 20 euro meer dan twee jaar geleden, toen de prijs nog rond de 1,80 euro per liter schommelde [GPT].
De overheid probeert de pijn te verzachten met een hogere kilometervergoeding. Vanaf dit jaar krijgen werknemers 0,25 euro per kilometer belastingvrij, in plaats van 0,23 euro [1]. Maar volgens het CPB is dat een druppel op een gloeiende plaat. Voor iemand die 20.000 kilometer per jaar rijdt, scheelt het 400 euro per jaar. Dat dekt nog niet eens de helft van de extra kosten als de benzineprijs met 0,20 euro per liter stijgt [1]. Automobilistenorganisatie ANWB roept dan ook op tot een tijdelijke verlaging van de accijns, maar het CPB ziet meer in gerichte steun voor energierekeningen [1]. Generieke maatregelen zoals accijnsverlagingen noemt het planbureau ongericht. De groep die zwaar wordt getroffen, is te versnipperd om effectief te helpen [1].
lage inkomens voelen de klap het hardst, maar de oplossing blijft uit
Lage-inkomenshuishoudens betalen de hoogste prijs. Zij geven een groter deel van hun inkomen uit aan energie en hebben minder mogelijkheden om te besparen [1]. Vanaf 2027 lopen veel huishoudens tegen duurdere energiecontracten aan. Ongeveer de helft van de huishoudens moet in de eerste helft van 2027 een nieuw contract afsluiten, vaak tegen hogere tarieven [1]. Voor een gezin met een modaal inkomen van 38.000 euro per jaar betekent een stijging van 0,50 euro per kubieke meter gas al snel 1.974 procent van hun inkomen [GPT].
Het CPB pleit voor terughoudendheid met brede koopkrachtsteun. Het totale inkomensverlies is beperkt, maar kwetsbare huishoudens hebben wel degelijk hulp nodig [1]. Het planbureau adviseert om bestaande instrumenten, zoals het noodfonds energie en extra middelen voor woningverduurzaming, beter te financieren [1]. Toch blijft de vraag: hoe lang kunnen huishoudens deze stijgende kosten nog opvangen? De economie kreunt al onder hoge inflatie en energieprijzen. Als de benzineprijs blijft stijgen, dreigt mobiliteit voor veel Nederlanders een luxe te worden.
Ondertussen blijft de internationale politiek de prijzen beïnvloeden. Premier Bart De Wever neemt een voortrekkersrol in Europa om de economie te beschermen tegen oneerlijke handelspraktijken van China [2]. Peking reageert furieus en noemt de aanpak ‘arrogant’ [2]. Of deze spanningen de benzineprijs verder opdrijven, is nog onduidelijk. Maar één ding is zeker: de portemonnee van de Nederlandse automobilist blijft voorlopig onder druk staan.