Een grap liep uit de hand en nu schaatst de boo tegen wereldkampioene beune op 3000 meter
Nederland, woensdag, 4 maart 2026.
Jenning de Boo daagde Joy Beune uit voor de grap, maar nu wordt het echt. De sprinter die nooit een 3000 meter reed gaat op 12 maart tegen de wereldkampioene.
Van stoere praatjes tot serieuze wedstrijd
Het begon half januari tijdens de wereldbeker in Inzell [1]. De Boo zei toen voor de gein tegen zijn ploeggenoot Kjeld Nuis dat hij diens vriendin Joy Beune zou kunnen verslaan op de 3000 meter [4]. “Ik vind het leuk om af en toe een grote mond te hebben”, zegt De Boo lachend [1][4]. “En dan te kijken hoe mensen reageren.” Wat als grapje begon, is nu uitgegroeid tot een echte wedstrijd op woensdag 12 maart tijdens De Zilveren Bal in de Elfstedenhal in Leeuwarden [1][2]. “Het was eigenlijk niet meer dan een domme grap. En nu is die grap een beetje uit de hand gelopen”, geeft De Boo toe [1].
David tegen Goliath op het ijs
De uitdaging lijkt bijna onmogelijk. Beune is regerend wereldkampioene op de 3000 meter en heeft deze afstand al 93 keer gereden [1]. De Boo daarentegen heeft nog nooit een 3000 meter geschaatst in wedstrijdverband [1][2]. “De 1500 meter is de langste afstand die ik ooit heb gereden in een wedstrijd”, bekent hij [1]. “Dus ik heb geen idee wat ik moet verwachten qua pijn, ga er helemaal blind in.” Het vertrouwen van zijn omgeving is er ook niet bepaald. “Zelfs mijn coach gelooft niet dat ik Joy kan verslaan”, lacht De Boo [1]. “Ik word door iedereen uitgelachen als ik zeg dat ik Joy ga verslaan. Ik heb het idee dat misschien maar 1 procent van de mensen in mij gelooft.”
Eerst Stolz, dan Beune
Voor De Boo het opneemt tegen Beune, moet hij eerst presteren op het WK sprint in Thialf op donderdag 6 en vrijdag 7 maart [1]. Daar wil hij Jordan Stolz, de olympisch kampioen op de 500 en 1000 meter, uitdagen [1]. “Ik ben supergetergd voor dit toernooi”, zegt De Boo [1]. “Ik merk dat ik in mijn hoofd steeds minder makkelijk tweede word achter Stolz. De afgelopen twee, drie jaar is dat iets te vaak gebeurd.” Na het WK sprint gaat hij kijken of hij de wedstrijdsnelheid van een 3000 meter aankan [1]. Over zijn tactiek heeft hij nog niet nagedacht [1]. “Maar daarom wordt het juist wel lachen”, zegt hij optimistisch [1]. “Ik zeg maar tegen iedereen: ‘Ik ga je verbazen’. Hopelijk kan ik dat waarmaken.”