Libiër claimt verkrachtingspoging als verdediging na bloedige mesaanval in Utrechts azc

Libiër claimt verkrachtingspoging als verdediging na bloedige mesaanval in Utrechts azc

2026-04-01 binnenland

Utrecht, woensdag, 1 april 2026.
Een 47-jarige Libiër riskeert 40 maanden cel na een steekpartij in een Utrechts asielzoekerscentrum op 30 juni 2025. Hij beweert uit zelfverdediging te hebben gehandeld tegen een verkrachtingspoging, maar het Openbaar Ministerie noemt zijn verhaal ongeloofwaardig. Het slachtoffer raakte ernstig gewond na wat begon als ruzie over een handdoek.

Twee verhalen, één waarheid

De verdachte T.A. beweert dat zijn landgenoot hem met een mes bedreigde en wilde verkrachten [1][2]. “Hij was in de badkamer, kwam binnen en wees met een mes naar mij. Hij zei doe je onderbroek uit, ik wil je neuken”, verklaarde A. bij de politie [1][2]. Het slachtoffer vertelt een heel ander verhaal: hij vroeg naar zijn verdwenen handdoek, waarop A. boos werd en hem aanviel met een stanleymes [1][2]. “Ik stond bij de wastafel en zag dat mijn handdoek weg was. Ik vroeg A. waar die was. Hij werd boos, begon te schelden en pakte iets onder zijn hoofdkussen vandaan”, aldus het slachtoffer [1]. A. zit nu al 275 dagen vast en zijn asielaanvraag is afgewezen [1][2].

Openbaar Ministerie gelooft verhaal niet

De officier van justitie noemt A.’s verhaal ongeloofwaardig en stelt dat er geen bewijs is voor eerdere seksuele intimidatie [1][2]. Het OM acht A. schuldig aan poging tot doodslag omdat hij bewust het risico aanvaardde dat de messteken dodelijk hadden kunnen zijn [1][2]. De eis: 40 maanden cel en een schadevergoeding van 20.000 euro [1][2]. A.’s advocaten pleiten voor vrijspraak wegens noodweer of hooguit een straf gelijk aan zijn voorarrest [1][2]. “Ik ben eigenlijk slachtoffer en niet een dader. Ik ben onterecht beschuldigd”, houdt A. vol [1][2].

Uitspraak over twee weken

Deze zaak toont de complexe spanningen in Nederlandse asielzoekerscentra. A. vluchtte uit Libië na problemen met een militie en werkte daar als hoefsmid en paardentrainer [1][2]. Hij woonde slechts een week op de COA-locatie aan de Biltsestraatweg toen het incident plaatsvond [1]. De rechtbank doet uitspraak op 15 april 2026 [1][2]. Het incident benadrukt hoe geweldsincidenten in azc’s vaak complex zijn en verschillende versies van de werkelijkheid opleveren. Voor bewoners van Utrecht betekent dit dat spanningen in asielcentra ook in hun stad tot ernstige geweldsincidenten kunnen leiden.

Bronnen


steekpartij azc rechtszaak Utrecht