Criminelen probeerden 155 miljoen euro te stelen met olie die niet bestond
Rotterdam, dinsdag, 10 februari 2026.
Verdachten staan terecht voor grootschalige fraude bij Shell Rotterdam door handel in niet-bestaande olie ter waarde van 155 miljoen euro.
Verdachten misbruikten beveiligde Shell-faciliteiten
Een groep verdachten staat deze week in Rotterdam terecht voor een poging tot grootschalige fraude rond olieopslag bij energiebedrijf Shell [1]. De zaak draait om voorwaarden en toegang tot opslagcapaciteit bij streng beveiligde raffinaderijen [1]. Justitie onderzoekt hoe de verdachten die faciliteiten konden gebruiken of benaderen [1]. Volgens het onderzoek gaat het om een georganiseerde poging om opslagruimte en bijbehorende diensten te misbruiken voor financieel gewin [1]. De rechtszaak moet uitwijzen of er gebruik werd gemaakt van schijnconstructies, vervalste documenten of mogelijke medewerking van insiders om beveiligingslagen te omzeilen [1].
Onderdeel van wijdverspreide oliefraude in Rotterdam
Deze zaak past in een patroon van grootschalige oliefraude rond de haven van Rotterdam [2]. Criminele netwerken verdienen jaarlijks tientallen miljoenen euro’s met ‘storage spoofing’ - fraude waarbij ze zich voordoen als olie- of opslagbedrijven terwijl de aangeboden olie of opslagruimte niet bestaat [2]. Via professioneel ogende websites en vervalste documenten misleiden ze vooral buitenlandse handelaren, maar ook Nederlandse bedrijven waarvan namen en adressen worden misbruikt [2]. De schade loopt in de honderden miljoenen euro’s per jaar [2]. Een keerpunt kwam in 2021, toen criminelen met hulp van een corrupte inspecteur binnendrongen in de Shell-raffinaderij bij Pernis om olie te tappen en dat te filmen als ‘bewijs’ voor klanten [2].
Gevolgen voor Nederlandse energiesector
Voor Shell en toezichthouders staat op het spel of bestaande controles voldoende zijn en of aanvullende maatregelen nodig zijn om herhaling te voorkomen [1]. Als de verdachten worden veroordeeld, kunnen hen strafrechtelijke en financiële consequenties boven het hoofd hangen [1]. De fraude vormt inmiddels een structurele bedreiging voor de veiligheid en reputatie van de haven [2]. Oliebedrijven en terminals vrezen dat dezelfde netwerken en interne helpers ook ingezet kunnen worden voor sabotage of andere vormen van ondermijning van kritieke infrastructuur [2]. De haven, oliebedrijven en brancheorganisaties trekken nu gezamenlijk op om de beveiliging op te voeren en frauduleuze aanbieders beter te bestrijden [2].