Shell verkoopt onafgebouwde fabriek van 1,2 miljard euro nadat biobrandstof-droom uiteen spat
Rotterdam, maandag, 11 mei 2026.
Na het definitief afblazen van Europas grootste biobrandstoffenfabriek in september 2025 probeert Shell nu de onafgebouwde installatie te verkopen. De fabriek van 1,2 miljard euro kan volgens experts in zijn geheel worden verscheept naar bijvoorbeeld het Midden-Oosten. Het project zou vanaf 2024 jaarlijks 820.000 ton duurzame vliegtuigbrandstof produceren. Door Shell’s vertrek blijft alleen het Finse Neste over als grote biobrandstofproducent in Rotterdam. De verkoop via handelaar International Process Plants markeert een strategische ommezwaai en voedt zorgen over Nederlandse afhankelijkheid van buitenlandse energie. De hoogwaardige apparatuur, inclusief een complete waterstofunit, trekt veel interesse van potentiële kopers wereldwijd.
Van megafabriek naar megaverlies
Shell probeert nu via handelaar International Process Plants de onafgebouwde biobrandstoffenfabriek te verkopen [1]. De fabriek kan in zijn geheel worden gekocht en na afbouw ter plaatse in bedrijf worden genomen, maar herbouw in een ander land of verkoop in onderdelen is realistischer [1]. Een kenner van de sector verklaart: ‘Deze fabriek zou je prima kunnen verschepen en bijvoorbeeld in het Midden-Oosten weer opbouwen’ [1]. De hoogwaardige apparatuur, inclusief een complete waterstofunit, trekt veel interesse van potentiële kopers [1]. Voor consumenten betekent dit dat de Nederlandse droom van goedkope, lokaal geproduceerde biobrandstof voorlopig uitgesteld is.
Rotterdam verliest concurrentiepositie
Het wegvallen van Shell’s project heeft grote gevolgen voor Rotterdam’s positie als Europese energiehub [1]. BP maakte drie weken na Shell’s besluit ook bekend geen biobrandstoffenfabriek te bouwen [1]. Het Finse Neste blijft nu het enige bedrijf dat in Rotterdam biobrandstoffen op industriële schaal produceert voor luchtvaart en wegtransport [1]. Een ingewijde waarschuwt: ‘We maken ons nog meer afhankelijk van andere landen en we zien momenteel waar dat toe leidt’ [1]. Voor Nederlandse automobilisten en vliegtuigpassagiers betekent dit hogere prijzen voor duurzame brandstof, omdat deze nu grotendeels uit het buitenland moet komen.
Strategische ommezwaai Shell
Shell’s besluit past in een bredere heroriëntatie van het energieconcern [2]. Op 7 mei 2026 gaf Shell aan strategische opties te overwegen voor delen van zijn chemieactiviteiten, primair in de Verenigde Staten [2]. De verkoop van de Rotterdamse fabriek markeert een verschuiving weg van grootschalige biobrandstofproductie in Europa. Voor Shell-aandeelhouders kan dit betekenen dat het bedrijf zich meer gaat richten op winstgevendere activiteiten. Ondertussen blijft de vraag bestaan of Nederland zijn klimaatdoelen nog wel kan halen zonder deze megafabriek die jaarlijks 820.000 ton duurzame vliegtuigbrandstof en hernieuwbare diesel had moeten produceren [1].