Nederland erkent 75 jaar Moluks onrecht: de Tweede Kamer eist nu officieel onderzoek

Nederland erkent 75 jaar Moluks onrecht: de Tweede Kamer eist nu officieel onderzoek

2026-06-11 politiek

Den Haag, vrijdag, 12 juni 2026.
In 1951 kwamen 12.000 Molukkers naar Nederland op dienstbevel, met valse beloften. Nu, 75 jaar later, eist een Kamermeerderheid eindelijk officieel onderzoek.

Een motie die 75 jaar te laat komt — maar er eindelijk is

Op 10 juni 2026 sprak een meerderheid van de Tweede Kamer zich uit voor een officieel onderzoek naar de komst van de Molukkers naar Nederland, hun 75-jarige geschiedenis en de doorwerking daarvan tot op de dag van vandaag [1]. De motie werd ingediend door ChristenUnie-Kamerlid Don Ceder, samen met dertien andere partijen [1]. Dat is breed draagvlak — breed genoeg om het kabinet in beweging te zetten. En dat kabinet zegt de oproep te omarmen en bereid te zijn een eerste stap te zetten [2]. De officiële stemming volgt op 16 juni 2026 [1]. De uitkomsten van het onderzoek moeten in het eerste kwartaal van 2027 bekend zijn, waarna het kabinet met voorstellen voor een nationale agenda moet komen [1]. Voor de Molukse gemeenschap in Nederland is dit een mijlpaal. Ceder verwoordde het scherp: ‘Van de eerste generatie Molukkers die deze geschiedenis zelf heeft meegemaakt, zijn steeds minder mensen in leven. Juist daarom mogen we niet langer wegkijken van de vragen die al decennialang leven binnen de Molukse gemeenschap’ [1].

Wat er in 1951 écht gebeurde

Terug naar het begin. In 1951 kwamen ruim 12.000 Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen op dienstbevel naar Nederland [1]. Niet omdat ze dat wilden. Ze kwamen met de belofte van een tijdelijk verblijf en een eigen staat — beloften die nooit werden ingelost [GPT]. Bij aankomst werden de militairen direct ontslagen en ondergebracht in tijdelijke woonoorden onder erbarmelijke omstandigheden [1]. Een van die woonoorden was Schattenberg — beter bekend als het voormalige Kamp Westerbork [1]. Dat woonoord werd pas in 1971 opgeheven, twintig jaar na aankomst [1]. Daarna verhuisden veel Molukkers naar specifieke wijken in Drentse plaatsen als Assen, Bovensmilde en Hoogeveen [1]. De integratie verliep moeizaam. Trauma’s stapelden zich op. In de jaren zeventig leidde dat tot een reeks gewelddadige acties door geradicaliseerde Molukse jongeren: de treinkapingen in Wijster in december 1975 en De Punt in 1977, de schoolgijzeling in Bovensmilde in 1977 en de gijzeling van het provinciehuis in Assen in 1978 [1]. RTV Drenthe bracht eind 2025 de podcast ‘De vergeten treinkaping’ uit over de gijzeling bij Wijster — een herinnering die dus nog steeds leeft [1]. Herinneringscentrum Kamp Westerbork maakte voorafgaand aan 10 juni 2026 bekend dat er een speciale Molukse zone op het terrein wordt ingericht [1]. Een tastbaar gebaar, eindelijk.

Wat dit betekent voor de Molukse gemeenschap — en voor de rest van Nederland

De motie van Ceder is meer dan een politiek gebaar. Het is een erkenning dat de Nederlandse staat iets te vereffenen heeft [2]. Ceder bedankte het LSMO (Landelijke Stichting Molukse Ouderen) en andere Molukse organisaties uitdrukkelijk: zonder hun jarenlange lobbywerk richting politiek en overheid was deze motie er nooit geweest [2]. Hij kondigt aan Molukse wijken te willen bezoeken om verhalen op te halen en te blijven luisteren [2]. Ook worden er dit jaar nog initiatieven in de Tweede Kamer georganiseerd om vertegenwoordigers van Molukse gemeenschappen aan het woord te laten [2]. Voor de gewone burger betekent dit: Nederland gaat eindelijk serieus kijken naar een hoofdstuk uit de koloniale geschiedenis dat decennialang onderbelicht bleef. Het onderzoek moet in het eerste kwartaal van 2027 resulteren in concrete voorstellen voor een nationale agenda [1]. Of dat ook leidt tot financiële herstelbetalingen of andere formele maatregelen, is nu nog [alert! ‘de motie specificeert geen concrete herstelmaatregelen; dit is op dit moment niet uit de bronnen op te maken’] onduidelijk. Maar de richting is helder. Nederland kijkt niet langer weg.

Bronnen


Molukkers erkenning