Een 84-jarige vrouw brengt het Wertheimpark tot tranen met haar Holocaust-verhaal
Amsterdam, zondag, 25 januari 2026.
Deborah Maarsen voelt zich verplicht om te blijven spreken over de zes miljoen vermoorde Joden, ook al doet het pijn. Haar achterkleinzoon Jedidja zingt ‘Ik wil niet bang zijn’ na haar speech. De tranen stromen bij iedereen in het park. Ook 12-jarige Davin uit een Sinti-familie spreekt over discriminatie die vandaag nog steeds bestaat.
Verplicht om te spreken over zes miljoen doden
De dag begon met een stille tocht van het stadhuis naar het Wertheimpark [1]. Deborah Maarsen zag ertegen op om te spreken, maar voelt zich verplicht [1]. “We moeten erover blijven spreken en blijven herdenken”, zegt de 84-jarige overlever [1]. “Dat zijn we verplicht aan zes miljoen Joden die vergast, vermoord en uitgeroeid zijn. Dan voel ik me verplicht om daar te spreken, hoe moeilijk het ook is” [1]. Na haar toespraak zong achterkleinzoon Jedidja Loonstein samen met Maarten Peters het lied ‘Ik wil niet bang zijn’ [1]. “Toen hij begon te zingen, kwamen de waterlanders”, vertelt Maarsen over het emotionele moment [1]. Ook bij zijn overgrootmoeder vloeiden de tranen [1].
Jonge stemmen tegen discriminatie vandaag
Ook 12-jarige Davin uit een Sinti-familie nam het woord tijdens de herdenking [1]. Hij vond het belangrijk zijn boodschap te delen: “Omdat we vandaag de dag nog steeds worden gediscrimineerd en ook dat dat wat met mensen doet” [1]. Linda Clewits, de nieuwe voorzitter van het Nederlands Auschwitz Comité, was onder de indruk van de jeugdige sprekers [1]. “Kinderen kunnen eigenlijk nog veel beter boodschappen doorgeven dan volwassenen”, zegt zij [1]. Bij het Spiegelmonument ‘Nooit Meer Auschwitz’ lag na afloop een zee van bloemen en kransen [1]. De herdenking vond plaats op zondag 25 januari, twee dagen voor de officiële Internationale Holocaustherdenking op 27 januari [GPT].
Impact op de Nederlandse samenleving
Jedidja kreeg veel reacties na zijn optreden: “Ik heb heel veel complimenten gehad van heel veel mensen” [1]. Deborah Maarsen beschrijft de herdenking als ‘emotioneel’ en ‘belangrijk’ [2][3]. Clewits richtte zich vooral op de toekomst: “Ik wil graag vooruitkijken en verbinden en laten zien dat we het met elkaar moeten doen en dat niet één partij het alleen kan” [1]. Het verhaal van Maarsen en de andere sprekers onderstreept de noodzaak om de Holocaust-herinnering levend te houden, vooral nu het aantal overlevenden afneemt. Voor veel Amsterdammers vormt deze jaarlijkse herdenking een belangrijk moment om stil te staan bij de gevolgen van discriminatie en antisemitisme.