Burgemeester Halsema eist excuses voor Molukkers na 75 jaar wachten
Amsterdam, woensdag, 29 april 2026.
Na driekwart eeuw stilte vraagt Amsterdam’s burgemeester officiële excuses voor duizenden KNIL-militairen. Deze werden gedwongen naar Nederland gehaald na Indonesië’s onafhankelijkheid in 1951.
Kille ontvangst en jarenlang heimwee
Burgemeester Femke Halsema riep gisteren tijdens een herdenking op de Javakade de regering op om officiële excuses te maken aan Molukse KNIL-militairen en hun families [1][2][3]. “Hoewel de maatschappelijke erkenning langzaam groeit, heeft Nederland nog altijd een schuld in te lossen en excuus te maken”, zei Halsema bij de herdenking van 75 jaar Molukkers in Amsterdam [1]. De ruim 4000 Molukkers die destijds naar Amsterdam kwamen werden “zo kil als het Nederlandse weer” ontvangen en direct gedemobiliseerd [2][3]. Veel families leefden daarna een “geïsoleerd leven vol heimwee” in woonoorden, altijd met een reiskist klaar voor de terugkeer die nooit kwam [1][2]. Deze KNIL-militairen vochten tussen 1945 en 1949 in de dekolonisatieoorlog tegen Indonesië, maar konden na de uitroeping van de Republiek der Zuid-Molukken op 25 april 1950 niet terug vanwege veiligheidsrisico’s [1].
Van trauma naar geweld in de jaren zeventig
De pijn van de uitblijvende terugkeer leidde tot een “trieste dieptepunt” in de jaren zeventig, toen de tweede generatie Molukkers radicaliseerde [2][3][4]. Molukse jongeren kaapten in 1975 een trein bij Wijster en in 1977 opnieuw een trein bij De Punt, terwijl ze ook een basisschool in Bovensmilde gijzelden [1]. Minister van Justitie Dries van Agt beëindigde deze acties met militair ingrijpen, waarbij zes kapers en twee gegijzelden omkwamen [1]. Halsema noemde dit geweld het directe gevolg van “de pijn van de uitblijvende terugkeer” en wees op de “pijnlijke rol die de Nederlandse staat hierin speelde” [3][4]. Ironisch genoeg had dezelfde Dries van Agt later bij de koning aangedrongen op excuses aan Molukkers in Nederland [1].
Monumenten en de roep om erkenning nu
Gisteren werd op het marineterrein Kattenburg een monument onthuld voor veertien Molukse marinemensen die na opheffing van het KNIL in 1950 bij de Koninklijke Marine bleven en vanaf 1951 in Amsterdam werkten [1][2][4]. Op de Javakade komt binnenkort een tijdelijk monument met de namen van de elf schepen waarmee Molukkers destijds naar Nederland kwamen [1]. Halsema benadrukte dat excuses “een betekenisvol gebaar” zouden zijn, vooral omdat de eerste generatie Molukkers nog in leven is om dit te ontvangen [2][3]. Voor veel Nederlanders betekent dit debat een confrontatie met een donker hoofdstuk waarin de staat families jarenlang in onzekerheid liet leven. De vraag is nu of het huidige kabinet gehoor geeft aan Halsema’s oproep of dat de Molukse gemeenschap nog langer moet wachten op erkenning van het geleden onrecht.