Marokko is geen veilige haven meer voor Nederlandse criminelen
Den Haag, dinsdag, 9 juni 2026.
De Tweede Kamer stemde op 8 juni 2026 in met een uitleveringsverdrag met Marokko. Criminelen die daar nu ongestraft rondlopen, krijgen het een stuk minder comfortabel.
Wat er op 8 juni 2026 werd besloten
De Tweede Kamer stemde op 8 juni 2026 met grote meerderheid voor het uitleveringsverdrag tussen Nederland en Marokko [1][2]. Alleen Partij voor de Dieren en Denk stemden tegen [2]. Het verdrag maakt het mogelijk om verdachten en veroordeelden uit te leveren voor misdrijven waarop minimaal één jaar gevangenisstraf staat — denk aan moord, doodslag of witwassen [1][2]. Nederland en Marokko ondertekenden dit verdrag al in juni 2023 [2]. Marokko stemde er daarna zelf ook al mee in [1][2]. De Tweede Kamer was dus de volgende stap. Kamerlid Mohandis (GroenLinks-PvdA) diende ook een motie in: uitlevering moet worden geweigerd als er aanwijzingen zijn voor politieke vervolging. Die motie werd eveneens aangenomen door een Kamermeerderheid [1][2]. Minister Van Weel van Justitie en Veiligheid is duidelijk over wat dit betekent: “We gaan het ze overal heter onder de voeten maken” [1][2].
Wat dit betekent voor criminelen op de vlucht
Marokko leverde tot nu toe in principe geen eigen staatsburgers uit [1][2]. Dat blijft zo — maar het verdrag voegt een cruciale verplichting toe. Weigert Marokko iemand uit te leveren? Dan moet het Marokkaanse Openbaar Ministerie de zaak zelf oppakken en vervolgen [1][2]. Van Weel noemt dat niet niks: “Als ze niet uitleveren, dan zit er een verplichting in het verdrag om de zaak over te dragen aan het eigen OM” [1][2]. Ferry van Veghel van het Nederlandse Openbaar Ministerie bevestigt dat dit al direct relevant is: “Van een aantal criminele organisaties die we op de korrel hebben, verblijven er ook verdachten in Marokko” [1][2]. Hij voegt toe: “Je moet niet onderschatten dat het verdrag meer werking kan hebben dan alleen het uitleveren” [2]. Kamerlid Ellian (VVD) vat de afschrikking bondig samen: “Ze willen echt niet in Marokko vervolgd worden en daar in de gevangenis komen” [1].
Wat er nog moet gebeuren
Het verdrag is er bijna — maar nog niet helemaal. De Eerste Kamer moet zich er nog over buigen voordat het definitief in werking treedt [1][2]. Een concrete datum daarvoor is nog niet bekend [2]. Nederland werkt ondertussen ook aan een vergelijkbaar uitleveringsverdrag met Colombia [2]. Het land sloot eerder al een soortgelijk verdrag met de Verenigde Arabische Emiraten [2]. De boodschap van minister Van Weel is helder: criminelen die denken dat een vlucht naar het buitenland hen redt, vergissen zich. “Een stukje veilige haven” wordt hun afgepakt [1][2]. Of dat stukje ook daadwerkelijk verdwijnt, hangt nu af van de Eerste Kamer.