AFM kiest ervoor om niet in te grijpen bij gesprekken die bankenkoersen beïnvloeden
Amsterdam, donderdag, 5 maart 2026.
De toezichthouder vindt dat analistengesprekken het handelsvolume met 13 procent verhogen en de volatiliteit met 12 procent doen stijgen. Toch grijpt de AFM niet in omdat er geen bewijs is van gelekte koersgevoelige informatie. Dit terwijl recent onderzoek aantoont dat Nederlandse banken minder duurzaam zijn geworden.
Pre-close calls zorgen voor meetbare marktbeweging
De zogenoemde pre-close calls tussen beursgenoteerde bedrijven en analisten vlak voor de publicatie van kwartaalcijfers hebben meetbare gevolgen voor de handel [1]. Op dagen dat deze gesprekken plaatsvinden, stijgt het handelsvolume gemiddeld met 13 procent en neemt de volatiliteit toe met 12 procent vergeleken met vergelijkbare dagen zonder gesprekken [1]. De AFM erkent dat dit effect kleiner is dan bij het daadwerkelijk publiceren van kwartaalcijfers, maar benadrukt dat pre-close calls geen neutrale gebeurtenissen zijn [1]. Voor gewone beleggers betekent dit dat zij op deze dagen mogelijk te maken krijgen met meer schommelingen in aandelenkoersen en hogere handelsvolumes.
Geen bewijs van gelekte informatie volgens toezichthouder
Ondanks de duidelijke markteffecten ziet de AFM geen reden om in te grijpen bij deze analistengesprekken [1][2]. De toezichthouder stelt dat er geen bewijs is dat koersgevoelige informatie wordt gelekt tijdens deze gesprekken [1]. Hierdoor zijn de gesprekken volgens de AFM niet marktontwrichtend [1]. De autoriteit benadrukt wel het belang van transparantie rondom pre-close calls [1]. Dit betekent dat beleggers vooralsnog moeten accepteren dat hun investeringen kunnen worden beïnvloed door gesprekken waar zij geen toegang toe hebben.
Nederlandse banken presteren slechter op duurzaamheid
Terwijl de AFM de analistengesprekken ongemoeid laat, toont recent onderzoek aan dat Nederlandse banken over het algemeen minder duurzaam zijn geworden [3]. Rabobank behaalde in dit onderzoek de slechtste score van alle onderzochte Nederlandse banken [3]. Voor klanten van Nederlandse banken kan dit betekenen dat hun geld minder wordt ingezet voor duurzame projecten dan voorheen. De combinatie van deze ontwikkeling met de beslissing van de AFM om niet in te grijpen bij marktbeïnvloedende gesprekken roept vragen op over de prioriteiten van de financiële toezichthouder.