Joodse studenten verbergen hun identiteit uit angst op Nederlandse universiteiten
Amsterdam, zondag, 8 februari 2026.
Hadassah gebruikt de nepnaam ‘Fleur’ om confrontaties te vermijden. Medestudenten waarschuwen Nati van de VU om niet naar het hoofdgebouw te gaan ‘omdat het even niet voor hem zou zijn’. Een taskforce rapport van deze week toont aan hoe Joodse studenten zich gedwongen voelen hun identiteit te verbergen. Ze worden aangesproken op Israëls beleid terwijl ze Nederlandse studenten zijn. Universiteiten erkennen het probleem maar concrete verbeteringen blijven uit.
Concrete voorbeelden van angst op de campus
De situatie is schrijnender dan je zou verwachten. Hadassah van Amsterdam University College gebruikt de naam ‘Fleur’ om niet aangesproken te worden op het beleid van Israël [1]. “Soms willen ze dat ik me verantwoord over wat Israël doet, terwijl ik daar geen invloed op heb, aangezien ik Nederlander ben. Daar heb ik dan wel moeite mee,” vertelt ze [1]. VU-student Nati kreeg van medestudenten de waarschuwing om niet naar het hoofdgebouw te gaan “omdat het even niet voor mij zou zijn op die dag” [1]. “Dat vond ik heel pijnlijk,” zegt hij [1]. Deze voorbeelden laten zien hoe Joodse studenten dagelijks navigeren tussen hun identiteit en hun veiligheid.
Taskforce bevestigt structureel probleem
Een rapport van de Taskforce Antisemitismebestrijding, gepubliceerd eerder deze week, meldt incidenten, pesterijen en intimidaties tegen Joodse studenten [1]. De bevindingen zijn geen verrassing voor wie de afgelopen 2.5 jaar heeft gevolgd [1]. Onderwijsinstellingen hebben maatregelen getroffen, maar verbetering blijft mogelijk [1]. De Vereniging Hogescholen reageerde deze week door te stellen dat ze zich “grotendeels kunnen vinden in het rapport” en dat de aandachtspunten “aanknopingspunten bieden om hun beleid verder aan te scherpen” [1].
Universiteiten beloven actie maar blijven vaag
De Universiteit van Amsterdam kondigde op 3 februari aan de aanbevelingen “zorgvuldig te bestuderen” en met betrokkenen zoals het Centrale Diversity Office te spreken over opvolging [1]. Maar concrete deadlines of maatregelen blijven uit. Nati pleit voor verbetering van de sociale en fysieke veiligheid voor Joodse en Israëlische studenten [1]. Hadassah hoopt op dialoog tussen mensen en dat ze zich verdiepen in wat er gebeurt met Joodse studenten die zich onveilig voelen [1]. Ze beschouwt het rapport als “een stap in de goede richting om de universiteit een veiligere plek te maken voor iedereen” [1]. De vraag blijft: wanneer volgen er daadwerkelijke veranderingen?