Minister Sjoerdsma gooit zijn eigen glazen in met UNRWA-besluit en dreigt historische afgang te lijden in de senaat

Minister Sjoerdsma gooit zijn eigen glazen in met UNRWA-besluit en dreigt historische afgang te lijden in de senaat

2026-06-02 politiek

Den Haag, dinsdag, 2 juni 2026.
Een begroting wegstemmen gebeurde voor het laatst in 1919. Die kans is nu reëel voor minister Sjoerdsma, nadat hij zowel links als rechts tegen zich in het harnas joeg.

Eén besluit, twee vijanden

D66-minister Sjoerd Sjoerdsma van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft zichzelf in een politiek mijnenveld gemanoeuvreerd. De aanleiding: zijn beslissing om de Nederlandse bijdrage aan UNRWA — de VN-organisatie die humanitaire hulp levert in Gaza en door sommigen gelinkt wordt aan Hamas — te verhogen, terwijl hij eerder had gecommuniceerd dat die steun niet zou groeien [1][2]. Dat leverde hem furieuze reacties op van JA21, SGP en PVV, die zich gepiepeld voelen [1]. Maar ook links is niet blij. Zoals een anonieme coalitiebron het kernachtig samenvatte: “Hij krijgt het voor elkaar om al zo snel links én rechts in de gordijnen te jagen” [1]. Sjoerdsma werd vervolgens in de ministerraad tot de orde geroepen [1]. En alsof dat nog niet genoeg was: op 1 juni 2026 meldde de minister zich ziek af voor het geplande wetgevingsoverleg over zijn eigen begroting vanwege “plotselinge gezondheidsklachten” [3]. Het debat werd verschoven naar donderdag 4 juni 2026 [1].

22 zetels en een rekening van 350 miljoen

Het echte probleem speelt zich af in de Eerste Kamer, en de wiskunde is meedogenloos. De coalitie van D66, VVD en CDA beschikt in de senaat over slechts 22 van de 75 zetels [1][2]. Sjoerdsma heeft dus oppositiesteun hard nodig om zijn begroting erdoorheen te krijgen. De meest kansrijke route loopt via PN, maar die fractie stelt een pittige prijs. PN-senator Farah Karimi maakt duidelijk dat herstel van de koppeling tussen het ontwikkelingsbudget en het bruto nationaal inkomen voor 2026 een bedrag vereist van tussen de 325 en 350 miljoen euro [1][2]. Dat geld moet komen van minister Heinen van Financiën (VVD), die daar volgens ingewijden weinig animo voor toont [2]. Aan de rechterkant is BBB-senator Lagas al even duidelijk: de begroting krijgt zijn steun niet [2]. Premier Jetten en de vicepremiers zijn inmiddels persoonlijk betrokken bij de lobby om toch nog voldoende steun bij elkaar te schrapen [1][2]. De begrotingsbehandeling in de senaat staat gepland voor 16 juni 2026 [1][2].

Een historische afgang dreigt

Als de Eerste Kamer de begroting daadwerkelijk wegstemt, is dat een gebeurtenis die Nederland al meer dan een eeuw niet heeft meegemaakt: voor het laatst gebeurde zoiets in 1919 [1][2]. Dat is geen kleinigheid. Het zou niet alleen Sjoerdsma’s positie als minister direct onder druk zetten, maar ook de begrotingsplannen van het volledige kabinet raken [1]. De coalitie opereert op een uiterst smalle basis, en dit debacle legt precies bloot hoe fragiel die basis is [1][2]. Anonieme kabinetsbronnen zijn weinig mild: “Sjoerdsma heeft zijn eigen glazen ingegooid, terwijl een meerderheid zich aanvankelijk gewoon leek af te tekenen” [1]. Of de rugpijn van de minister ook politieke tijdswinst moet opleveren — zoals in Haagse wandelgangen wordt gefluisterd — wordt door zijn entourage ontkend [2]. Feit blijft: het kabinet heeft nog tot 16 juni 2026 om een politieke ramp af te wenden [1][2].

Bronnen


begroting Eerste Kamer