Nederland moet kiezen welke fabrieken mogen blijven bestaan om industrie te redden

Nederland moet kiezen welke fabrieken mogen blijven bestaan om industrie te redden

2026-01-29 economie

Nederland, donderdag, 29 januari 2026.
De Wetenschappelijke Klimaatraad waarschuwt dat Nederland zijn hele industrie kan verliezen zonder harde keuzes. Gisteren adviseerde de raad het nieuwe kabinet om te stoppen met steun aan vervuilende bedrijven. De energie-intensieve industrie stoot een kwart van alle Nederlandse CO2 uit, maar verduurzaming stagneert. Tata Steel en petrochemie krijgen mogelijk geen toekomst. Groene chemie en recycling wel.

Fossiele subsidies stoppen, groene chemie steunen

De klimaatraad gooit het roer om. Geen geld meer voor bedrijven die draaien op fossiele grondstoffen [7]. “Steun alleen nog bedrijven met een groene toekomst,” luidt het advies [7]. Tata Steel krijgt het zwaar te verduren. Het staalbedrijf zal na 2030 nog steeds veel aardgas gebruiken [7]. “De productie van groen staal kan vaak in andere landen goedkoper dan in Nederland,” erkent WKR-lid Henri de Groot van de Vrije Universiteit Amsterdam [4]. Voor de chemische sector ziet de raad wel toekomst. Innovatieve chemie zoals farmacie, biomaterialen en grootschalige recycling kunnen Nederland vooruithelpen [7]. Mark Intven van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie stelt echter: “Op dit moment is er geen business case” [7].

Pijnlijke keuzes voor nieuwe kabinet

Het nieuwe kabinet moet snel beslissen welke industrietakken hulp verdienen [1][3]. “Als je geen keuzes maakt, loop je het risico dat je alles verliest,” waarschuwt De Groot [3]. De CO2-uitstoot van energie-intensieve bedrijven daalde de afgelopen vijftien jaar nauwelijks [4]. In 2040 moet die uitstoot nagenoeg nul zijn om het klimaatdoel van 2050 te halen [4]. Nederland heeft simpelweg niet genoeg geld, groene stroom en ruimte om alle fabrieken te helpen verduurzamen [4]. “Het heeft geen zin om middelen te stoppen in bedrijven waar je met een nuchtere analyse ziet dat het alleen maar uitstel oplevert,” stelt De Groot [3]. Klimaatwetenschapper Heleen de Coninck van de TU Eindhoven is duidelijk: “Het is een illusie dat we alles zelf kunnen doen” [1].

Gevolgen voor werknemers en consumenten

De transitie raakt iedereen. Werknemers in de oude industrie vrezen voor hun baan. De Groot erkent dat keuzes maken “voor een deel pijn gaat doen” [4]. Hij pleit voor een “rechtvaardige transitie” met ondersteuning voor getroffen werknemers [4]. Voor consumenten blijven de gevolgen beperkt. Een auto van groen staal wordt nauwelijks duurder - minder dan 1% volgens De Coninck [7]. Het probleem zit hem in de concurrentie: groen staal kan niet opboksen tegen goedkoop fossiel staal op de wereldmarkt [7]. De raad adviseert daarom Europese samenwerking om vervuilende concurrenten buiten te sluiten [3]. “In sectoren waar je mogelijk chantabel wordt, moet je het heft in handen nemen. Maar dat is echt iets wat je op Europees niveau moet doen,” aldus De Groot [3].

Bronnen


industrieverduurzaming klimaattransitie