Kansrijk adviseren maakt leerlingen geen winnaar maar verliezer
Nederland, zaterdag, 6 juni 2026.
Twintig procent van alle groep 8-leerlingen krijgt een te optimistisch schooladvies. Deze maand stromen duizenden teleurgestelde brugklassers af. Vmbo-scholen kraken onder de druk.
Nederland, juni 2026: scholen kraken onder het gewicht van goede bedoelingen
Het beleid heet ‘kansrijk adviseren’ en klinkt prachtig. Bij twijfel krijgt een leerling uit groep 8 een hoger schooladvies dan zijn cijfers rechtvaardigen [1]. Het idee: geef elk kind het voordeel van de twijfel. Gestart tijdens de coronatijd, is het sinds het schooljaar 2023-2024 officieel beleid [1]. Resultaat: ongeveer 20 procent van alle achtstegroepers krijgt een optimistischer advies dan op basis van hun prestaties verwacht wordt [1]. Klinkt goed. Is het niet altijd. Deze maand, juni 2026, horen vermoedelijk duizenden brugklassers dat ze moeten afstromen [1]. Ze begonnen het jaar met een hoopvol advies, en eindigen het met een gedwongen overstap naar een lager niveau. Arjen Daelmans, voorzitter van Stichting Platforms VMBO, omschrijft het zonder omwegen: “Voor de kinderen is het natuurlijk dramatisch. Ze ‘mochten’ naar de havo, maar na een jaar ‘moeten’ ze alsnog naar het vmbo. Zo voelt het voor ze: alsof ze hebben gefaald” [1]. Vader Dennis Rijntjes weet hoe dat voelt. Zijn zoon Nolan haalde cijfers als een 5,6, een 5,3 en een 5,8 [1]. Kantjeboord, noemt hij dat zelf. Een zachte landing werd het niet.
Vmbo en praktijkonderwijs betalen de rekening
De afstromers landen ergens. Dat ergens is steeds vaker het vmbo of het praktijkonderwijs. En die scholen piepen en kraken [1]. Uit een peiling blijkt dat 130 vmbo-scholen gemiddeld 23 zijinstromers per jaar opvangen [1]. Het praktijkonderwijs verwelkomde in 2025 bijna 30 procent meer leerlingen uit 1-vmbo dan in 2020 [1]. Dat zijn geen kleine getallen. Een zijinstromer is niet zomaar een nieuwe leerling. Het is iemand die teleurgesteld binnenkomt, een verstoorde klassendynamiek meebrengt en vaak praktische basisvaardigheden mist die zijn klasgenoten al lang beheersen [1]. Nicole Teeuwen, voorzitter van de Sectorraad Praktijkonderwijs, maakt het concreet: “In het praktijkonderwijs leren leerlingen bijvoorbeeld al snel behoorlijk wat horecavaardigheden. Terwijl een van het vmbo afkomstige leerling misschien helemaal nog niet heeft geleerd hoe hij een ui moet snipperen, tomaten moet snijden en soep moet koken” [1]. Roosters moeten worden herschreven, bijlessen worden georganiseerd en docenten lopen over [1]. Het ziekteverzuim stijgt en vacatures in het praktijkonderwijs worden steeds moeilijker vervuld [1]. De prijs van optimisme wordt betaald door de scholen die het minste kunnen bijleggen.
Goede bedoelingen zonder goed beleid werken averechts
Het doel van kansrijk adviseren was nobel: meer gelijkheid in het onderwijs [1]. Maar Louise Elffers, voorzitter van de Onderwijsraad en bijzonder hoogleraar Kansengelijkheid in het Onderwijs, plaatst een scherpe kanttekening: “Door kansrijk adviseren krijgen scholen te maken met andere typen leerlingen dan voorheen. Dat vergt andere begeleiding. Anders pak je de kansenongelijkheid nog steeds niet echt aan” [1]. Met andere woorden: een hoger advies geven zonder de juiste opvang te regelen, is geen kans bieden. Het is een probleem doorschuiven. NU.nl zocht in juni 2026 actief contact met gezinnen van afgestroomde leerlingen om de menselijke kant van dit beleid in kaart te brengen [2]. De oproep leverde genoeg reacties op om te sluiten [2]. Dat zegt op zichzelf al genoeg. Staatssecretaris Judith Tielen van Onderwijs voert momenteel gesprekken met betrokkenen om de overstap van basis- naar voortgezet onderwijs te verbeteren [1]. De Onderwijsraad pleit voor brede scholengemeenschappen met flexibele leerroutes [1]. Goede plannen, maar ze kosten tijd. De leerlingen die deze maand afstromen, hebben die tijd niet meer.