Het omstreden groeifonds krijgt een tweede kans met ruim 333 miljoen euro voor nieuwe innovaties.

Den Haag, vrijdag, 4 september 2026. Het kabinet blaast het ‘graaifonds’ nieuw leven in. Tot en met 2031 gaat er 333 miljoen euro naar innovatie, ondanks eerdere kritiek op de controle van het geld.
De wederopstanding van het omstreden Groeifonds
Het kabinet-Jetten blaast het Nationaal Groeifonds nieuw leven in [1]. Tussen 2027 en 2031 komt er 333 miljoen euro beschikbaar voor een gloednieuwe ronde [1][3]. Het geld is overgebleven uit eerdere projecten van het fonds [1][3]. Critici noemden het fonds voorheen spottend een ‘graaifonds’ [1]. Politici haalden er immers herhaaldelijk geld uit voor andere gaten in de begroting [1]. Toch leverde het fonds ook tastbare successen op. Denk aan miljoeneninvesteringen in quantumtechnologie, groene waterstof en supersnel 6G-internet [1]. Nu krijgt deze innovatiemotor dus een tweede kans [1][3].
Gokken op de toekomst met NADI
Het kabinet richt ook een gloednieuw agentschap op: het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie, kortweg NADI [1][2]. Dit agentschap krijgt 500 miljoen euro voor de komende vijf jaar [1][3]. NADI gaat bewust risicovolle gokjes wagen op technologieën waarvan het succes nog onzeker is [1]. Oud-ASML-topman Peter Wennink adviseerde eerder om fors meer te investeren, namelijk 1,5 tot 2 miljard euro [1]. Het kabinet houdt de hand echter op de knip en kiest voor een voorzichtiger budget van een half miljard euro [1][2]. Vandaag debatteert de Tweede Kamer over dit advies [1].
Cadeautje voor innovatieve ondernemers
Goed nieuws voor de creatieve ondernemer: de zogenaamde innovatiebox wordt flink verruimd [1]. Ontwikkel je als bedrijf zelf slimme, nieuwe producten? Dan betaal je straks aanzienlijk minder belasting over je winst [1]. Het maximale voordeel binnen de eenvoudige regeling stijgt fors van 25.000 euro naar maar liefst 100.000 euro [1], een stijging van 75000 euro. Deze aanpassing kost de schatkist jaarlijks zo’n 20 miljoen euro [1]. Het kabinet verwacht dat vooral het midden- en kleinbedrijf hiervan profiteert [1]. Zij strijken namelijk ongeveer 60 procent van dit belastingvoordeel op [1].