Een Delftse bioscoopzaal joelt een rouwende Israëlische moeder uit.

Delft, vrijdag, 2 oktober 2026. In Delft schreeuwde het publiek ‘het kan ons niets schelen’ naar Sabine Tassa. Zij verloor haar gezin op 7 oktober en protesteerde tijdens een filmvertoning over Gaza.
Onrust in de Delftse bioscoopzaal
In de Zuid-Hollandse universiteitsstad Delft liepen de spanningen gistermiddag, op donderdag 1 oktober 2026, hoog op in een bioscoopzaal [2][3]. Tijdens de vertoning van de omstreden documentaire NAZA over de oorlog in Gaza nam Sabine Tassa, een Israëlische overlevende van de Hamas-aanval op 7 oktober 2023, plotseling het woord [2][3]. Zij verloor op die zwarte dag haar 17-jarige zoon Or en haar echtgenoot Gil, die zijn jongere zonen met zijn eigen lichaam beschermde tegen een handgranaat [2]. Tassa confronteerde de afwezige filmmakers met de vraag waarom de moord op haar gezinsleden volledig is weggelaten in hun film [1][2]. Het Delftse publiek reageerde echter ijzig koud. Bezoekers lachten haar uit, joelden haar neer en schreeuwden hardvochtig “We don’t care” (het kan ons niets schelen) en “Go away” naar de rouwende moeder [1][2][3].
Fysieke blokkade en draagbare projectors
De confrontatie in de zaal bleef niet beperkt tot boze woorden. Avichai Shorshan, de directeur van de Israëlische organisatie Ad Kan die Tassa vergezelde, probeerde met een kleine, mobiele projector beelden van de slachting op 7 oktober op het witte doek te schijnen [2][3]. Dat liet het publiek niet zomaar gebeuren; aanwezigen blokkeerden de projector fysiek om de vertoning te stoppen [2][3]. Volgens Shorshan veroorzaakt de film NAZA onvoorstelbare schade aan de staat Israël door een eenzijdig beeld te schetsen [2]. Tassa zelf verklaarde dat zij naar Nederland is gekomen om haar persoonlijke verhaal te vertellen en antisemitisme te bestrijden, maar zij stuitte in Delft op een muur van vijandigheid [2][3].
Politieke schokgolven in Den Haag
Het incident in Delft rimpelt direct door naar de landelijke politiek in het nabijgelegen Den Haag [1]. PVV-leider Geert Wilders reageerde verontwaardigd op het gedrag van het publiek en noemde de hardvochtigheid op sociale media “onvoorstelbaar” [1][2]. Hij ontving Tassa vervolgens in het parlementsgebouw om haar zijn steun te betuigen [2][3]. Volgens Wilders laat de reactie van het publiek een moreel faillissement zien dat de Nederlandse samenleving bedreigt [2]. Dit incident laat pijnlijk zien hoe diep de polarisatie rond het Midden-Oostenconflict inmiddels in de Nederlandse cultuursector is doorgedrongen, waarbij zelfs het rauwe verdriet van een nabestaande direct wordt gepolitiseerd [GPT].