Simon van Dorp en Melvin Twellaar roeien na zwaar onweer naar de eerste Nederlandse wereldtitel op de Bosbaan.

Amstelveen, vrijdag, 28 augustus 2026. Ondanks zware onweersbuien pakken Simon van Dorp en Melvin Twellaar het eerste Nederlandse goud op de Bosbaan. Twaalf jaar na zijn debuut als junior is Van Dorp nu wereldkampioen.
Goud na de storm op de Bosbaan
Het is vandaag vrijdag, 28 augustus 2026. De Nederlandse roeiers Simon van Dorp en Melvin Twellaar hebben op de Bosbaan in Amsterdam de wereldtitel in de dubbeltwee veroverd [1][2]. Een flinke onweersbui legde het programma bijna twee uur stil, maar de heren lieten zich niet gek maken [1][4]. Bij hun start brak de zon door en nam het duo direct de leiding [1][2]. De Servische boot bood halverwege nog stevige tegenstand, maar in de laatste 500 meter trokken de Nederlanders de winst overtuigend naar zich toe [1][4]. Ze finishten met ruim drie seconden voorsprong op Servië en België [1][2]. Voor de 29-jarige Van Dorp is dit zijn allereerste grote mondiale titel [1][2]. Dat succes smaakt extra zoet, want hij debuteerde hier precies 12 jaar geleden als junior [4]. Zijn eveneens 29-jarige partner Twellaar wist al hoe goud smaakt en voegt een nieuwe titel toe aan zijn palmares [1][2].
Zilveren eindsprint voor de vrouwen
Vlak na het mannengoud streden Benthe Boonstra en Roos de Jong in hun finale voor de medailles [3][4]. De Nederlandse vrouwen verdedigden hun wereldtitel, maar moesten deze na een zinderende race afstaan aan de Ierse roeisters Zoe Hyde en Margaret Cremen [1][4]. Boonstra en De Jong startten erg sterk en hielden de leiding lang vast met een minimale voorsprong van minder dan een seconde [1][2]. In de laatste 250 meter sloeg de Ierse boot echter toe en pakte de winst met een halve bootlengte voorsprong [1][4]. Het Nederlandse duo pakt hiermee een knappe zilveren medaille, vlak voor de boot uit Zwitserland [1][2].