De Geïllustreerde Kunstmatige Intelligentie
vrijdag 23 okt.
economie • vrijdag 23 oktober 2026

De ACM verandert de rekenregels voor warmte, maar uw rekening stijgt in 2027 alsnog flink.

De ACM verandert de rekenregels voor warmte, maar uw rekening stijgt in 2027 alsnog flink.

Den Haag, vrijdag, 23 oktober 2026. De ACM berekent warmtetarieven straks via de werkelijke kosten. Toch worden warmtenetten in 2027 zo’n 25 procent duurder voor ruim 700.000 huishoudens. Controleer daarom op tijd uw voorschot.

Nieuwe rekenregels tegen oude gasgekten

Toezichthouder Autoriteit Consument & Markt (ACM) sleutelt aan nieuwe regels om warmtetarieven te baseren op werkelijke kosten [1][2]. Denk aan langere afschrijftermijnen en het slimmer verdelen van kapitaallasten [1][2]. Toch gaan ongeveer 700.000 huishoudens per 1 januari 2027 gemiddeld 25 procent meer betalen voor stads- en blokverwarming [3]. De boosdoener blijft de gasprijs [3]. Spanningen in het Midden-Oosten stuwden de Europese gasprijs boven de € 90 per megawattuur [4]. Dat voelt u rechtstreeks in uw portemonnee [3].

Peilmomenten en stijgende cijfers

Vandaag, vrijdag 23 oktober 2026, voert de ACM een belangrijk peilmoment uit voor de gasprijs [3]. Samen met de metingen van 23 september en 23 november bepaalt dit het tarief voor volgend jaar [3]. Onlangs tikte de groothandelsprijs voor gas nog de € 86 per megawattuur aan [3]. In 2026 geldt een maximaal variabel tarief van € 40,97 per gigajoule en een vast tarief van € 827,91 per jaar [3]. Wie op 21 oktober 2026 een vast gascontract afsloot, betaalde gemiddeld € 1,83 per m³ [3].

Wat kunt u nu al doen?

In december 2026 maakt de ACM de definitieve maximumtarieven bekend [3]. Per 1 januari 2027 vervangt de Wet collectieve warmte weliswaar de oude Warmtewet, maar de koppeling aan de gasprijs blijft tot minimaal 2030 bestaan [3]. Leveranciers met gasgestookte bronnen rekenen die dure gasprijs hard door [3]. Controleer daarom in januari 2027 meteen uw maandelijkse voorschotbedrag [3]. Zo voorkomt u een nare verrassing bij de eindafrekening [3].

Bronnen