De rentelast op onze staatsschuld stijgt razendsnel naar twaalf miljard euro.

Den Haag, vrijdag, 21 augustus 2026. De staat betaalt in 2027 ruim twaalf miljard euro aan rente. Dit megabedrag verdubbelde in korte tijd en kunnen we niet uitgeven aan scholen of defensie.
De harde miljardenrekening van minister Heinen
Geld lenen kostte de Nederlandse staat jarenlang bijna niets, maar die tijd is definitief voorbij [1]. Minister van Financiën Eelco Heinen krijgt de komende jaren een gepeperde rekening gepresenteerd [1]. Uit ramingen van het Centraal Planbureau (CPB) blijkt dat de rentelasten in 2027 stijgen naar 1 procent van ons bruto binnenlands product (bbp) [1]. Met een verwacht bbp van 1276,6 miljard euro [1] betekent dit een rentelast van maar liefst 12.766 miljard euro. Dat is een verdubbeling ten opzichte van 2021, toen we slechts 0,5 procent van het bbp kwijt waren aan rente [1]. De stijging van het percentage is een toename van maar liefst 100 procent [1].
Wereldwijde onrust stuwt de rente op
De rente op Nederlandse tienjarige staatsobligaties is inmiddels gestegen tot boven de 3 procent [1]. De oorzaak ligt deels buiten onze grenzen. Door de Russische inval in Oekraïne en de opgelopen spanningen in Iran schieten de kapitaalmarktrentes wereldwijd omhoog [1]. Niet alleen landen met torenhoge schulden zoals de Verenigde Staten, Frankrijk en Japan betalen fors meer [3]. Ook traditioneel veilige havens zoals Duitsland en Nederland ontkomen niet aan deze stijgende rentetarieven op de financiële markten [3].
Wat merkt de burger hiervan?
Elke euro die naar de rente op de staatsschuld gaat, kan de overheid niet uitgeven aan zorg, defensie of onderwijs [1]. De financiële speelruimte voor het kabinet-Jetten krimpt hierdoor razendsnel [1]. Om het oplopende begrotingstekort te dempen, wil het kabinet jaarlijks 6,5 miljard euro bezuinigen op de sociale zekerheid [1]. Hoewel vakbonden en de oppositie hier fel tegen protesteren [1], zal de burger deze verschuivingen ongetwijfeld gaan voelen in de portemonnee.