Steeds meer jongeren belanden in de bijstand door een gebrek aan een stabiel thuis.

Den Haag, vrijdag, 28 augustus 2026. In het tweede kwartaal van 2026 steeg het aantal jongeren in de bijstand naar 44.000. Opvallend: zij kampen vooral met complexe problemen zoals woningnood en mentale klachten.
De harde cijfers achter de jeugdige stilstand
De nieuwste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) liegen er niet om: het aantal jonge bijstandsgerechtigden tot 27 jaar steeg in het tweede kwartaal van 2026 met 5,7 procent naar 44.000 personen [1][2]. Dit is geen tijdelijke dip, maar een hardnekkige trend die al veertien kwartalen op rij aanhoudt [1][2]. Sinds het vierde kwartaal van 2022 is deze groep jongeren in de bijstand zelfs met 27 procent gegroeid [1][2]. In totaal ontvingen eind juni van dit jaar 413.000 mensen tot de AOW-leeftijd een algemene bijstandsuitkering [2][3]. Dat zijn er 4.000 meer dan exact een jaar eerder, toen de teller op 409000 stond [2][3]. De instroom blijft de uitstroom simpelweg overtreffen [2][3].
Geen onwil, maar complexe problemen
Waarom staan deze jongeren aan de zijlijn? Volgens onderzoeker Frauke van Iperen van Divosa is de oorzaak verschoven van ‘geen werk kunnen vinden’ naar ’nog niet kúnnen werken’ [1]. Jongeren kampen met complexe problemen zoals schulden, mentale klachten en een schrijnende woningnood [1]. Want zeg nu zelf: zonder een stabiel dak boven je hoofd is het knap lastig om te focussen op een baan [1]. Gelukkig zorgt nieuwe wetgeving, zoals de sinds 1 januari 2026 actieve Wet van school naar duurzaam werk en de versoepelde Participatiewet in Balans, ervoor dat gemeenten deze jongeren sneller in het vizier krijgen en maatwerk kunnen bieden [1].
Wat merkt de economie hiervan?
Voor de Nederlandse markt is dit een bittere pil. Terwijl werkgevers in sectoren zoals de horeca en de techniek schreeuwen om personeel, zit een grote groep jonge consumenten noodgedwongen op een financieel minimum [GPT]. Dit remt de economische groei, omdat deze jongeren simpelweg geen geld hebben om uit te geven [GPT]. Bovendien stijgen de kosten voor gemeenten, die de uitkeringen moeten ophoesten uit publieke middelen [GPT]. Als we de woningnood en de mentale druk onder jongeren niet snel oplossen, betalen we daar als samenleving uiteindelijk allemaal de rekening voor [GPT].