Nederlandse jongeren hebben twee keer zo veel vertrouwen in de politiek als ouderen.

Den Haag, vrijdag, 11 september 2026. Zes op de tien jongeren vertrouwen de politiek. Dit is twee keer zo veel als bij ouderen. Ook demonstreren jongeren vaker, hoewel hun politieke interesse achterblijft.
Jongeren geloven weer in de politiek
Het Haagse pluche kan opgelucht ademhalen, tenminste als ze naar de jeugd kijken. Nieuwe CBS-cijfers over 2025 laten zien dat jonge Nederlanders opvallend veel vertrouwen hebben in de politiek [1][2]. Waar bij de 65- tot 75-jarigen slechts 31,4 procent de politiek vertrouwt, ligt dat percentage bij de tieners van 15 tot 18 jaar op maar liefst 62,1 procent [2]. De jongvolwassenen van 18 tot 25 jaar volgen met 55,1 procent [2]. Dat is een flinke stijging ten opzichte van de 48,9 procent in 2023 [2], oftewel een toename van 12.679 procent. Terwijl het politieke vertrouwen bij oudere generaties stagneert, bloeit het onder de jongeren juist op [1][2].
Met een spandoek op de barricaden
Dit vertrouwen betekent niet dat jongeren braaf op de bank blijven zitten wachten tot Den Haag iets doet. Ze gaan massaal de straat op. Van de 18- tot 25-jarigen deed 8,6 procent de afgelopen vijf jaar mee aan een demonstratie, en bij de 25- tot 35-jarigen was dat zelfs 9,5 procent [2]. Vergelijk dat eens met de 65-plussers, waarvan slechts 4,2 procent met een spandoek zwaait [2]. Vooral hoogopgeleide studenten en afgestudeerden van het hbo en wo laten hun stem horen [1][3]. Toch is er een vreemde paradox: de algemene interesse in de traditionele politiek blijft bij jongeren achter [1][2]. Slechts 37 procent van de jongste groep (15 tot 18 jaar) toont warme belangstelling voor politieke debatten, tegenover 64 procent van de ouderen [1][2].
De invloed van de swipe-cultuur
Hoe kan dat? Critici waarschuwen dat we niet te vroeg moeten juichen [2]. Jongeren halen hun wijsheid namelijk steeds vaker van sociale media [2]. Algoritmes en flitsende influencers bepalen daar het nieuws [2]. Dat zorgt voor snelle betrokkenheid en actiebereidheid, maar leidt niet automatisch tot diepgaande politieke kennis [2]. De stijgende lijn in de interesse over 2024 en 2025 laat echter zien dat de jeugd niet simpelweg apathisch is [1][2]. Of deze online betrokkenheid zich vertaalt in stabieler beleid voor de burger, moet de toekomst uitwijzen [GPT].