Bouwers verplaatsen vandaag een heel stationsgebouw van ruim zevenhonderd ton in Vught.

Vught, vrijdag, 30 oktober 2026. Een gigantisch monument van ruim zevenhonderd ton rolt stap voor stap naar een nieuwe plek. De historische kelder verhuist mee. Daarin redde een moedige stationschef vroeger tientallen levens.
Spectaculaire verhuizing op de millimeter
In het Brabantse Vught kruipt het monumentale stationsgebouw uit 1868 vandaag over de grond [1][2]. Met een slakkengang van zo’n twee meter per uur schuift het pand in 34 stappen van elk 40 centimeter [3][4]. In totaal legt het gevaarte een afstand af van 13,6 meter naar het oosten [2][3]. Dat gebeurt uiterst gecontroleerd: hydraulische vijzels tilden het 720 ton wegende gebouw eerst 80 centimeter op [2][3]. Vervolgens rolt het pand op 28 zware tankrollers over speciaal neergelegde banen naar zijn nieuwe fundering [2][3]. Voor toeschouwers langs het hek levert het een bizar schouwspel op [2]. Een compleet bakstenen bouwwerk van 28 bij 9,5 meter wandelt immers zelden voorbij [2][3].
Ruimte voor snellere treinen en veilige dorpen
Deze kostbare verplaatsing is hard nodig voor de Nederlandse reiziger [3][5]. Vanaf 2030 moeten er aanzienlijk meer personentreinen rijden op het traject tussen Meteren en Boxtel [3]. Om die drukte aan te kunnen, bouwt aannemerscombinatie Alliantie Vught Verdiept een verdiept vierde spoor en een drie kilometer lange open tunnelbak tussen Den Bosch en Vught [2][3]. Vijf gevaarlijke spoorwegovergangen verdwijnen voorgoed uit het dorp [5]. Dat betekent straks aanzienlijk minder wachttijd voor rode lichten en aanzienlijk kortere files voor omwonenden [5]. Treinreizigers kunnen intussen gewoon blijven reizen [5]. Zij stappen sinds eind 2025 in op een tijdelijk station aan de Bestevaer [5].
Moedige geschiedenis blijft overeind
De verhuizing draait niet alleen om beton en rails, maar vooral om historische waarde [2][5]. In de Tweede Wereldoorlog speelde dit station een sleutelrol bij transporten naar het nabijgelegen Kamp Vught [1][3]. De toenmalige stationschef Willem Jooren woonde destijds boven de stationshal [2][3]. Hij verstopte met gevaar voor eigen leven vervolgde Joden en gevangenen in de kelder en hielp hen via een geheim luik ontsnappen [3][5]. De slopershamer was daarom absoluut geen optie [2]. De beladen kelder is dankzij een stevig betonnen ‘dienblad’ in zijn geheel mee op reis gegaan [2][3]. Daarmee blijft deze tastbare herinnering aan de vaderlandse geschiedenis voor toekomstige generaties bewaard [2][3].