De UCI zet het succesvolle Hulst in de kou en kiest voor Spanje en Denemarken voor het WK veldrijden.

Hulst, vrijdag, 25 september 2026. De UCI passeert Hulst pijnlijk voor het WK veldrijden in 2032. De wielerbond reageerde niet eens op vragen, tot grote frustratie van de negeerde Zeeuwse gemeente.
De koude schouder uit Montreal
De Zeeuwse gemeente Hulst hoopte vurig op de organisatie van het WK veldrijden in 2032, maar de internationale wielerbond UCI dacht daar heel anders over [2]. Op 24 september 2026 maakte de bond in het Canadese Montreal bekend dat het Spaanse Benidorm in 2031 en het Deense eiland Funen in 2032 het WK mogen organiseren [1][2][3]. Hulst richtte alle pijlen op het jaar 2032, maar bleef met lege handen achter [2]. Extra pijnlijk: de Zeeuwse delegatie reisde niet eens af naar Canada, omdat de UCI simpelweg weigerde te reageren op hun vragen [2]. Sportwethouder Jean-Paul Hageman baalt stevig en verwoordt het gevoel treffend: het voelt alsof het beste jongetje van de klas in de hoek wordt gezet [2].
Lof van de UCI koopt geen brood
Die Zeeuwse frustratie is volkomen begrijpelijk, want Hulst leverde in februari 2026 nog een absoluut top-WK af [2]. Ruim 50.000 dolenthousiaste fans zagen Mathieu van der Poel daar destijds zijn achtste wereldtitel pakken op de historische vestingwallen [1][2]. De UCI overlaadde de organisatie toen met complimenten over de sfeer en de unieke pontons over het water [1]. Maar van die mooie woorden kan de gemeente weinig kopen. De kosten voor de organisatie van een wereldbekerwedstrijd lopen namelijk enorm op, vooral door de strengere eisen en kosten voor de beveiliging [2]. Zonder het concrete vooruitzicht op een nieuw WK-feestje, wordt het voor Hulst een loodzware opgave om de begroting in de toekomst nog rond te krijgen [2].
Geen modder op de vestingwallen in 2027
Wat betekent dit nu voor de Zeeuwse wielerfan? In 2027 is er op de vestingwallen sowieso geen cross te zien. De organisatie besloot al eerder om de Vestingcross in 2027 een jaartje over te slaan om op adem te komen na het zware WK-jaar [2]. Binnenkort zit de organisatie om de tafel om te praten over een mogelijke terugkeer op de kalender in 2028 [2]. Ook een nieuwe WK-poging voor 2033 of 2034 ligt dan op de spreekwoordelijke tafel [2]. Voorlopig moeten de Nederlandse supporters het echter doen met verre reisjes naar het zonnige Benidorm of het Deense Funen om de wereldtop te zien zwoegen in het zand en de modder [1][2][3].