Het kabinet halveert de vrijstelling in box 3 en treft zo ook de spaarpot van je kind.

Den Haag, maandag, 12 oktober 2026. Het kabinet wil vanaf 2027 het belastingvrije vermogen in box 3 fors verlagen van € 59.357 naar € 30.846 per persoon. Hierdoor gaan ruim 1,2 miljoen Nederlanders voor het eerst vermogensbelasting betalen. Een opvallend detail raakt gezinnen direct: de Belastingdienst telt het spaargeld van minderjarige kinderen op bij het vermogen van de ouders. Heeft een alleenstaande ouder met € 24.000 spaargeld een kind met € 8.000 op een spaarrekening? Dan schiet het totale vermogen voorbij de nieuwe grens en volgt een belastingaanslag over het meerdere. Het plan moet nog wel door het parlement, maar gezinnen kunnen hun borst alvast natmaken.
Van papieren schenking tot harde belasting op spaargeld
Eerder zagen we al hoe de Tweede Kamer de papieren schenking wilde schrappen [1]. Nu blijkt de voorgenomen verstrenging nog veel breder uit te pakken. Het kabinet presenteerde op 29 september 2026 het plan om het heffingsvrije vermogen voor fiscale partners te verlagen naar € 61.692 [3]. Dit raakt niet alleen gezinnen, maar ook AOW’ers hard. Een gepensioneerd echtpaar met € 80.000 spaargeld betaalt nu nog € 0 belasting [3]. Vanaf 2027 moeten zij ineens belasting betalen over € 18.308 van hun spaargeld [3]. Door deze maatregel groeit het totaal aantal belastingplichtigen in box 3 naar zo’n 3,6 miljoen mensen [3].
Beleggers schrikken zich een hoedje
Niet alleen spaarders leveren in, ook kleine beleggers krijgen een flinke tik [4]. Neem een alleenstaande belegger met € 80.000 aan aandelen [4]. In 2026 betaalt diegene bij een fictief rendement van 6,00% en een tarief van 36% ongeveer € 446 belasting [4]. In 2027 stijgt het forfaitaire rendement voor overige bezittingen en daalt de vrijstelling [4]. Daardoor schiet de indicatieve heffing omhoog naar € 1.393 [4]. Dat betekent een schokkende stijging van 947 euro aan extra belasting over exact hetzelfde vermogen [4]!
Politieke strijd en een kleine pleister
Ondertussen verhoogt de Rabobank per 14 oktober 2026 de spaarrente met 0,10 procentpunt [3]. Toch helpt dat weinig tegen de rekenmethode van de Belastingdienst [3]. Die blijft namelijk uitgaan van fictieve rendementen in plaats van je echte rente [3]. In de Tweede Kamer probeert Pieter Grinwis van de ChristenUnie via moties het heffingsvrije rendement aan te passen [5]. De definitieve overgang naar een stelsel op basis van werkelijk rendement staat gepland voor 1 januari 2028 [3]. Tot die tijd moeten belastingplichtigen eind 2026 of begin 2027 hun voorlopige aanslag scherp in de gaten houden [2][3].